Gerelateerd aan Jeremia 32:35
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
Jeremia 7:31
en in het Hinnomdal de offerplaats Tofet gebouwd om er hun zonen en dochters te verbranden. Ik heb dat nooit geboden, ik heb dat nooit gewild.
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
Leviticus 18:21
Ontwijd de naam van je God niet door een van je kinderen aan Moloch te offeren. Ik ben de HEER.
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
2 Kronieken 33:6
Hij verbrandde zijn zonen als offer in het Hinnomdal en liet zich in met wolkenschouwerij, wichelarij, magie, geestenbezwering en waarzeggerij. Hij tergde de HEER door voortdurend te doen wat slecht is in zijn ogen.
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
2 Kronieken 28:2
maar volgde het voorbeeld van de koningen van Israël. Hij ging zelfs zo ver dat hij godenbeelden maakte voor de Baäls.
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
Jeremia 19:5
en er offerplaatsen gebouwd om hun kinderen als offer voor Baäl te verbranden. Dat heb ik nooit geboden, nooit gezegd en nooit gewild.
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
2 Koningen 23:10
Verder liet Josia de offerplaats Tofet in het Hinnomdal ontwijden, zodat niemand er meer zijn zoon of dochter als offer voor Moloch kon verbranden.
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
1 Koningen 16:19
omdat hij gezondigd had door te doen wat slecht is in de ogen van de HEER. Hij had immers het voorbeeld van Jerobeam gevolgd door net zoals hij de Israëlieten tot zonde aan te zetten.
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
Leviticus 20:2
'Zeg tegen de Israëlieten: "Wanneer een Israëliet of een vreemdeling die in Israël woont een van zijn kinderen aan Moloch offert, moet hij ter dood gebracht worden; het volk moet hem stenigen.
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
Ezechiel 16:20
De zonen en dochters die je mij gebaard had offerde je aan hen zodat zij te eten hadden. Was je overspel dan nog niet genoeg?
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
1 Koningen 21:22
Omdat u de HEER hebt getergd door de Israëlieten aan te zetten tot zonde, zal het uw familie vergaan zoals het de familie van Jerobeam, de zoon van Nebat, vergaan is, en de familie van Basa, de zoon van Achia.
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
1 Koningen 15:30
omdat Jerobeam gezondigd had door de Israëlieten tot zonde aan te zetten en de HEER, de God van Israël, had getergd.
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
2 Koningen 21:11
'Koning Manasse van Juda heeft zich ingelaten met verfoeilijke praktijken, erger nog dan die van de Amorieten die hier vroeger woonden, en hij heeft daarbij ook de Judeeërs met zijn afgoden tot zonde aangezet.
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
Exodus 32:21
Tegen Aäron zei hij: 'Wat heeft dit volk je misdaan, dat je zo'n zware schuld op hen geladen hebt?'
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
1 Koningen 11:33
Ik breng deze scheuring teweeg omdat ze mij verlaten hebben en Astarte zijn gaan vereren, de godin van de Sidoniërs, en Kemos, de god van Moab, en Milkom, de god van de Ammonieten. Ze zijn mij ongehoorzaam geworden en hebben gedaan wat slecht is in mijn ogen, want ze hebben mijn voorschriften en rechtsregels niet nageleefd zoals Salomo's vader David dat deed.
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
Deuteronomium 18:10
Er mag bij u geen plaats zijn voor mensen die hun zoon of dochter als offer verbranden, en evenmin voor waarzeggers, wolkenschouwers, wichelaars, tovenaars,
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
2 Koningen 3:3
maar voor het overige hield hij vast aan de zondige praktijken van Jerobeam, de zoon van Nebat, die de Israëlieten tot zonde had aangezet; daarmee brak hij niet.
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
2 Kronieken 33:9
Maar Manasse verleidde Juda en de inwoners van Jeruzalem om nog meer kwaad te doen dan de volken die de HEER voor hen had uitgeroeid.
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
1 Koningen 15:26
Hij deed wat slecht is in de ogen van de HEER en volgde het voorbeeld van zijn vader, die de Israëlieten tot zonde had aangezet.
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
Ezechiel 23:37
Ze hebben overspel gepleegd en er kleeft bloed aan hun handen. Ze pleegden overspel met hun afgoden, ze hebben zelfs de kinderen die ze mij hadden gebaard, als voedsel aan hen aangeboden.
Gerelateerd aan Jeremia 32:35
Deuteronomium 24:4
In zo’n geval mag de eerste man, die van haar gescheiden is, haar niet opnieuw tot vrouw nemen, nu zij voor hem onrein geworden is. Want de HEER verafschuwt zulke dingen. Wanneer u zoiets doet, werpt u een smet op het land dat de HEER, uw God, u in eigendom zal geven.
1
2