Gerelateerd aan Jeremia 32:32

Gerelateerd aan Jeremia 32:32

Jesaja 1:4

Wee dit ontrouwe volk, vol ongerechtigheid, volk van zondaars, verdorven geslacht. Zij hebben de HEER verlaten, de Heilige van Israël versmaad, hem de rug toegekeerd.
Gerelateerd aan Jeremia 32:32

Jeremia 2:26

Zoals een betrapte dief te schande staat, zo staat het volk van Israël te schande, de koningen en leiders, de priesters en profeten.
Gerelateerd aan Jeremia 32:32

Daniel 9:8

HEER, ons en onze koningen, onze vorsten en onze oudsten staat de schaamte op het gezicht, omdat wij tegen u gezondigd hebben.
Gerelateerd aan Jeremia 32:32

Jesaja 1:23

Je vorsten zijn schurken, ze houden het met dieven, ze denken alleen aan geschenken en steekpenningen. Wezen bieden ze geen bescherming, het lot van weduwen laat hen koud.
Gerelateerd aan Jeremia 32:32

Ezra 9:7

Vanaf de dagen van onze voorouders tot aan deze dag zijn wij zeer schuldig tegenover u, en vanwege onze zonden zijn wij, onze koningen, onze priesters, overgeleverd aan de macht van de koningen van andere landen, aan geweld, aan gevangenschap, aan plundering, en aan openlijke schande, zoals nu.
Gerelateerd aan Jeremia 32:32

Jesaja 9:14

(9:13) Daarom zal de HEER bij Israël in één haal kop en staart, palmtak en riet afsnijden;
Gerelateerd aan Jeremia 32:32

Nehemia 9:32

En nu, o God, grote, sterke en ontzagwekkende God, u die zich trouw houdt aan het verbond, wees niet onverschillig voor de rampspoed die ons getroffen heeft, ons en onze koningen, onze vorsten, onze priesters en onze profeten, onze voorouders en heel uw volk, vanaf de tijd van de Assyrische koningen tot op de dag van vandaag.
Gerelateerd aan Jeremia 32:32

Micha 3:1

En ik zei: Hoor toch, leiders van Jakob, hoor, heersers van het volk van Israël! Jullie moeten het recht toch kennen?
Gerelateerd aan Jeremia 32:32

Daniel 9:6

en wij hebben niet geluisterd naar uw dienaren, de profeten, die in uw naam tot onze koningen, onze vorsten, onze oudsten en tot het hele volk gesproken hebben.
Gerelateerd aan Jeremia 32:32

Ezechiel 22:25

De vorsten in de stad waren als leeuwen die grommend hun prooi verscheuren: ze verslonden mensen, ze roofden schatten en kostbaarheden, veel vrouwen maakten ze tot weduwen.
Gerelateerd aan Jeremia 32:32

Zefanja 3:1

Wee de opstandige, bezoedelde, gewelddadige stad!
Gerelateerd aan Jeremia 32:32

Ezechiel 22:6

Israëls vorsten hebben er hun macht misbruikt en bloed vergoten,
Gerelateerd aan Jeremia 32:32

Micha 3:9

Hoor toch wat volgt, leiders van het volk van Jakob en heersers van het volk van Israël, jullie die de gerechtigheid verafschuwen en al wat recht is krom maken,