Gerelateerd aan Jeremia 31:37

Gerelateerd aan Jeremia 31:37

Jeremia 33:24

‘Heb je gehoord wat de mensen zeggen? “De HEER heeft de twee volken die hij had uitgekozen, verworpen.” Ze schrijven mijn volk af en zien het niet langer als een volk.
Gerelateerd aan Jeremia 31:37

Jeremia 33:22

Ontelbaar zijn de sterren aan de hemel en de zandkorrels aan de zee, even ontelbaar zal ik de nakomelingen maken van mijn dienaar David en van de Levieten die mij dienen.’
Gerelateerd aan Jeremia 31:37

Jesaja 40:12

Wie heeft de wateren met holle hand omvat, de hemel gemeten met een ellenmaat? Wie heeft het stof van de aarde met een maatlepel afgepast? Wie heeft de bergen gewogen op een weegschaal, de heuvels met balans en gewichten?
Gerelateerd aan Jeremia 31:37

Romeinen 11:26

Dan zal heel Israël worden gered, zoals ook geschreven staat: 'De redder zal uit Sion komen, en wentelt dan de schuld af van Jakobs nageslacht.
Gerelateerd aan Jeremia 31:37

Romeinen 11:1

Dan is nu mijn vraag: heeft God zijn volk soms verstoten? Beslist niet. Ik ben immers zelf een Israëliet, een nakomeling van Abraham, afkomstig uit de stam Benjamin.
Gerelateerd aan Jeremia 31:37

Psalmen 89:2

(89:3) Ik belijd: uw liefde houdt eeuwig stand, uw trouw hebt u in de hemel gevestigd.
Gerelateerd aan Jeremia 31:37

Job 11:7

Kun jij Gods wijsheid ten diepste doorvorsen, het wezen van de Ontzagwekkende geheel omvatten?
Gerelateerd aan Jeremia 31:37

Spreuken 30:4

Wie is naar de hemel geklommen en weer afgedaald? Wie heeft de wind met zijn handen gevangen? Wie heeft het water in zijn mantel gebonden? Wie heeft de grenzen van de aarde bepaald? Noem mij zijn naam, en de naam van zijn zoon, als je die kent.
Gerelateerd aan Jeremia 31:37

Jeremia 30:11

Ik sta je ter zijde en zal je bevrijden- spreekt de HEER. De landen waarnaar ik je verdreven heb, vaag ik allemaal weg. Je krijgt de straf die je verdient, maar vernietigen zal ik je niet.
Gerelateerd aan Jeremia 31:37

Jeremia 46:28

Wees niet bang, mijn dienaar Jakob, ik sta je ter zijde-spreekt de HEER. Ik zal ze vernietigen, alle volken waarnaar ik je heb verdreven. En jou zal ik tuchtigen, ik zal je straffen. Je krijgt de straf die je verdient, maar vernietigen zal ik je niet.’