Gerelateerd aan Jeremia 28:4

Gerelateerd aan Jeremia 28:4

Jeremia 22:24

Zo waar ik leef-spreekt de HEER -,ook al droeg ik jou, koning Jechonja van Juda, zoon van Jojakim, als een zegelring aan mijn rechterhand, ik zou je ervan afrukken.
Gerelateerd aan Jeremia 28:4

Jeremia 28:2

‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Ik ga het juk van de koning van Babylonië breken.
Gerelateerd aan Jeremia 28:4

Jeremia 24:1

De HEER liet mij twee manden met vijgen zien, nadat koning Nebukadnessar van Babylonië koning Jechonja van Juda, de zoon van Jojakim, samen met de leiders van Juda en de smeden en de wapenmeesters uit Jeruzalem naar Babel had weggevoerd. De manden waren voor de tempel gezet.
Gerelateerd aan Jeremia 28:4

Jesaja 9:4

(9:3) Het juk dat op hen drukte, de stok op hun schouder, de zweep van de drijver, u hebt ze verbrijzeld, zoals Midjan destijds.
Gerelateerd aan Jeremia 28:4

Jeremia 22:10

Treur niet om een dode, weeklaag niet om hem. Treur liever om hem die verbannen werd: hij ziet zijn geboorteland niet terug.
Gerelateerd aan Jeremia 28:4

Jeremia 28:10

Chananja nam toen het juk van Jeremia’s nek, brak het in stukken
Gerelateerd aan Jeremia 28:4

Genesis 27:40

Je zult leven van je zwaard en dienstbaar zijn aan je broer. Maar heb je je eenmaal losgerukt, dan werp je zijn juk van je nek.’
Gerelateerd aan Jeremia 28:4

Jeremia 2:20

Je brak je juk steeds weer in stukken, rukte je riemen los en zei: “Ik wil niet dienstbaar zijn.” Maar op elke hoge heuvel, onder elke bladerrijke boom, lag je als een hoer te wachten.
Gerelateerd aan Jeremia 28:4

Jeremia 24:5

‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: De goede vijgen staan voor de Judese ballingen die ik van hier naar Babylonië heb gestuurd.
Gerelateerd aan Jeremia 28:4

Jeremia 30:8

Ik breek op die dag het juk van je nek, je banden ruk ik los- spreekt de HEER van de hemelse machten. Nooit meer wordt Jakobs volk de slaaf van vreemden,
Gerelateerd aan Jeremia 28:4

Jeremia 52:31

In het zevenendertigste jaar van de ballingschap van koning Jojachin van Juda, op de vijfentwintigste dag van de twaalfde maand, verleende koning Ewil-Merodach van Babylonië hem gratie ter gelegenheid van zijn troonsbestijging en ontsloeg hij hem uit de gevangenis.
Gerelateerd aan Jeremia 28:4

Nahum 1:13

want nu breek ik zijn juk dat op je schouders ligt, en je riemen ruk ik los.
Gerelateerd aan Jeremia 28:4

Jeremia 22:26

Ik werp je weg, samen met je moeder, samen met haar die jou ter wereld bracht. Jullie worden weggevoerd naar een land waar jullie niet geboren zijn en daar zullen jullie sterven.
Gerelateerd aan Jeremia 28:4

2 Koningen 25:27

In het zevenendertigste jaar van de ballingschap van koning Jojachin van Juda, op de zevenentwintigste dag van de twaalfde maand, verleende koning Ewil-Merodach van Babylonië hem ter gelegenheid van zijn troonsbestijging gratie en ontsloeg hij hem uit de gevangenis.