Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
2 Samuel 24:16
Maar toen de engel zijn hand naar Jeruzalem uitstrekte om ook daar dood en verderf te zaaien, begon de HEER het onheil dat was aangericht te betreuren. 'Genoeg!' zei hij tegen de engel. 'Laat je hand zakken!' De engel van de HEER stond bij het bergterras waar de Jebusiet Arauna zijn graan dorste.
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Exodus 32:14
Toen zag de HEER ervan af zijn volk te treffen met het onheil waarmee hij gedreigd had.
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
2 Kronieken 29:6
Onze voorouders hebben hun plicht tegenover de HEER verzaakt. Ze hebben gedaan wat slecht is in de ogen van de HEER, onze God, en zich van hem afgewend. Ze hebben de woning van de HEER de rug toegekeerd en zich er niet meer om bekommerd.
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Jesaja 37:15
En hij bad tot de HEER:
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Jesaja 37:4
Maar misschien slaat de HEER, uw God, acht op wat de rabsake gezegd heeft, die door zijn heer, de koning van Assyrië, hierheen is gestuurd om de levende God te honen, en misschien zal hij die belediging vergelden. Bid daarom voor degenen van ons volk die er nog over zijn.”’
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Handelingen 5:39
maar als het Gods werk is, zult u niets tegen hen kunnen uitrichten, of het zou weleens kunnen blijken dat u tegen God strijdt.’ De leden van het Sanhedrin stemden met hem in
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
2 Kronieken 32:25
Jechizkia was echter zo hoogmoedig geworden dat hij zich niet dankbaar toonde voor de weldaad die hem was bewezen. Zo riep hij Gods toorn over zich af, en ook over heel Juda en Jeruzalem.
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Jesaja 37:1
Zodra koning Hizkia de boodschap hoorde, scheurde hij zijn kleren, trok een boetekleed aan en begaf zich naar de tempel van de HEER.
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
2 Kronieken 34:21
'Ga ter wille van mij en ter wille van het volk dat in Israël en Juda is overgebleven de HEER raadplegen over de inhoud van de boekrol die we gevonden hebben, want het kan niet anders of de HEER zal zijn hevige woede over ons uitstorten omdat onze voorouders zich niet hebben gehouden aan de woorden van de HEER en niet hebben nageleefd wat in dit boek geschreven staat.'
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Klaagliederen 4:13
Het is om de zonden van haar profeten, om de wandaden van haar priesters: zij hebben in haar midden het bloed van de rechtvaardigen vergoten.
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Numeri 35:33
Jullie mogen het land waarin je woont niet ontwijden. Bloed ontwijdt het land, en wanneer er bloed vergoten is, kan er alleen verzoening voor het land bewerkt worden door het bloed van degene die bloed vergoten heeft.
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Numeri 16:38
(17:3) De vuurbakken van de mannen die hun zonde met de dood hebben moeten bekopen zijn de HEER aangeboden, en daarom zijn ze heilig. Sla er platen van en bekleed daarmee het altaar. Zo zullen ze de Israëlieten als waarschuwing dienen.'
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Openbaring 6:9
Toen het lam het vijfde zegel verbrak, zag ik aan de voet van het altaar de zielen van al degenen die geslacht waren omdat ze over God hadden gesproken en vanwege hun getuigenis.
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Jesaja 26:21
Zie hoe de HEER zijn woning verlaat en de mensen op aarde voor hun wandaden laat boeten. Het onschuldige bloed dat op haar is vergoten wordt door de aarde aan het licht gebracht, ze zal het niet langer verbergen.
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Habakuk 2:10
Wat je van plan bent is je huis tot schande, door vele volken te vernietigen verspeel je je leven.
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
2 Kronieken 32:20
Vanwege deze dreigementen baden koning Jechizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amos, de hemel om hulp.
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Mattheüs 23:35
Al het onschuldige bloed dat op aarde is vergoten zal jullie worden aangerekend, vanaf het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zecharja, de zoon van Berechja, die jullie vermoord hebben tussen het heiligdom en het brandofferaltaar.
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Lukas 3:19
Maar de tetrarch Herodes, die door Johannes was terechtgewezen in verband met Herodias, de vrouw van zijn broer, en vanwege al zijn andere wandaden,
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Jeremia 44:7
Nu dan-dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Waarom roepen jullie zulk groot onheil over je af door alle mannen, vrouwen, kinderen en zuigelingen van Juda ten onder te laten gaan, zodat er niets van jullie overblijft?
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Openbaring 16:6
Bloed van heiligen en profeten hebben zij vergoten, en bloed laat u hen drinken. Ze hebben het verdiend.'
1
2