Gerelateerd aan Jeremia 26:18-19
Gerelateerd aan Jeremia 26:18
Zacharia 8:3
Dit zegt de HEER: Ik keer terug naar de Sion en kom in Jeruzalem wonen. "Stad van trouw" zal Jeruzalem heten, en de berg van de HEER van de hemelse machten "Heilige berg".
Gerelateerd aan Jeremia 26:18
Nehemia 4:2
(3:34) In tegenwoordigheid van zijn ambtgenoten en van het leger van Samaria zei hij: 'Wat doen die zielige Joden toch? Denken ze de muur zelf te kunnen repareren? Willen ze echt gaan offeren? Denken ze dat werk vandaag nog af te krijgen? Zijn ze serieus van plan de stenen uit die totaal verbrande puinhopen opnieuw te gebruiken?'
Gerelateerd aan Jeremia 26:18
Micha 1:1
Dit zijn de woorden die de HEER richtte tot Micha uit Moreset, toen Jotam, Achaz en Hizkia in Juda regeerden; het visioen dat hij zag over Samaria en Jeruzalem.
Gerelateerd aan Jeremia 26:18
Jeremia 17:3
Jullie die de stad verlaten en de bergen zoeken, je rijkdom, schatten en offerhoogten laat ik plunderen, om de zonden die jullie overal hebben begaan.
Gerelateerd aan Jeremia 26:18
Micha 3:12
Daarom, door jullie toedoen, zal de Sion als een akker worden omgeploegd, zal Jeruzalem een ruïne worden en de tempelberg een overwoekerde heuvel.
Gerelateerd aan Jeremia 26:18
Psalmen 79:1
Een psalm van Asaf. God, vreemde volken hebben uw land bezet, uw heilige tempel geschonden en Jeruzalem in puin veranderd.
Gerelateerd aan Jeremia 26:18
Jeremia 9:11
Wie inzicht heeft, moet dit doorgronden, wie naar de HEER geluisterd heeft, moet het verkondigen.’ ‘Waarom wordt dit land te gronde gericht, verschroeit het als een woestijn, waar niemand nog doorheen trekt?’
Gerelateerd aan Jeremia 26:18
Jesaja 2:2
Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de HEER rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen,
Gerelateerd aan Jeremia 26:18
2 Koningen 19:25
Heb je dan niet gehoord dat ik dit heb beschikt? In lang vervlogen tijden nam ik het me voor, nu is de tijd gekomen dat ik het volbreng. Onneembare steden worden in puin gelegd,
Gerelateerd aan Jeremia 26:18
Jeremia 51:37
Babel wordt een berg van puin, een oord voor jakhalzen. Het is huiveringwekkend, ademstokkend, alle inwoners zijn verdwenen.
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
2 Samuel 24:16
Maar toen de engel zijn hand naar Jeruzalem uitstrekte om ook daar dood en verderf te zaaien, begon de HEER het onheil dat was aangericht te betreuren. 'Genoeg!' zei hij tegen de engel. 'Laat je hand zakken!' De engel van de HEER stond bij het bergterras waar de Jebusiet Arauna zijn graan dorste.
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Exodus 32:14
Toen zag de HEER ervan af zijn volk te treffen met het onheil waarmee hij gedreigd had.
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
2 Kronieken 29:6
Onze voorouders hebben hun plicht tegenover de HEER verzaakt. Ze hebben gedaan wat slecht is in de ogen van de HEER, onze God, en zich van hem afgewend. Ze hebben de woning van de HEER de rug toegekeerd en zich er niet meer om bekommerd.
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Jesaja 37:15
En hij bad tot de HEER:
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Handelingen 5:39
maar als het Gods werk is, zult u niets tegen hen kunnen uitrichten, of het zou weleens kunnen blijken dat u tegen God strijdt.’ De leden van het Sanhedrin stemden met hem in
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
2 Kronieken 32:25
Jechizkia was echter zo hoogmoedig geworden dat hij zich niet dankbaar toonde voor de weldaad die hem was bewezen. Zo riep hij Gods toorn over zich af, en ook over heel Juda en Jeruzalem.
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Jesaja 37:1
Zodra koning Hizkia de boodschap hoorde, scheurde hij zijn kleren, trok een boetekleed aan en begaf zich naar de tempel van de HEER.
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Jesaja 37:4
Maar misschien slaat de HEER, uw God, acht op wat de rabsake gezegd heeft, die door zijn heer, de koning van Assyrië, hierheen is gestuurd om de levende God te honen, en misschien zal hij die belediging vergelden. Bid daarom voor degenen van ons volk die er nog over zijn.”’
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Jeremia 44:7
Nu dan-dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Waarom roepen jullie zulk groot onheil over je af door alle mannen, vrouwen, kinderen en zuigelingen van Juda ten onder te laten gaan, zodat er niets van jullie overblijft?
Gerelateerd aan Jeremia 26:19
Openbaring 6:9
Toen het lam het vijfde zegel verbrak, zag ik aan de voet van het altaar de zielen van al degenen die geslacht waren omdat ze over God hadden gesproken en vanwege hun getuigenis.
1
2