Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Jeremia 26:3
Misschien zullen ze luisteren en met hun kwalijke praktijken breken. Dan zal ik afzien van het onheil waarmee ik hen wil treffen vanwege hun kwalijke praktijken.
Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Jeremia 18:8
maar als dat volk met zijn kwalijke praktijken breekt, dan zie ik af van het onheil waarmee ik het wilde treffen.
Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Jeremia 35:15
Ik zond telkens weer mijn dienaren, de profeten, naar jullie met de oproep: Breek met je kwalijke praktijken, beter je leven, loop niet achter andere goden aan en dien ze niet. Dan zullen jullie blijven wonen in het land dat ik je voorouders en jullie gegeven heb. Maar jullie hebben mij niet gehoorzaamd, jullie hebben niet naar mij geluisterd.
Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Jona 3:9
Misschien dat God van gedachten verandert en op zijn besluit terugkomt; wie weet zal hij zijn woede laten varen, zodat wij niet te gronde gaan.'
Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Jona 4:2
Hij bad tot de HEER: 'Ach HEER, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was? Daarom wilde ik naar Tarsis vluchten. Ik wist het wel: u bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.
Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Jesaja 1:19
Als je weer naar mij wilt luisteren, zal het beste van het land je ten deel vallen.
Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Jeremia 26:19
Maar hebben koning Hizkia en de bevolking van Juda Micha ter dood gebracht? Hizkia had ontzag voor de HEER en wist hem gunstig te stemmen, zodat de HEER afzag van het onheil dat hij hun had aangekondigd. Als we deze man doden, roepen we groot onheil over ons af!’
Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Joel 2:14
Misschien herroept hij zijn vonnis, komt hij erop terug en laat hij toch iets van zijn zegen over, zodat jullie weer graan en wijn kunnen offeren aan de HEER, jullie God.
Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Jeremia 7:3
Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Beter je leven, dan mogen jullie in dit land blijven wonen.
Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Exodus 32:14
Toen zag de HEER ervan af zijn volk te treffen met het onheil waarmee hij gedreigd had.
Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Hosea 14:1
(14:2) Keer terug, Israël, naar de HEER, je God! Door je eigen wandaden ben je ten val gekomen.
Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Richteren 2:18
Steeds wanneer de HEER een rechter liet optreden, stond hij die bij. Want wanneer het volk zuchtte onder het juk van onderdrukkers, kreeg de HEER medelijden en verloste hij hen van hun vijanden zolang die rechter leefde.
Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Ezechiel 33:11
Zeg tegen hen: "Zo waar ik leef-spreekt God, de HEER -,de dood van een slecht mens geeft me geen vreugde, ik wil dat hij een andere weg inslaat en in leven blijft. Kom toch terug van de heilloze weg die jullie zijn ingeslagen, keer om, want waarom zouden jullie sterven, volk van Israël?"
Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Hebreeën 5:9
En toen hij naar de uiteindelijke volmaaktheid gevoerd was, werd hij voor allen die hem gehoorzamen een bron van eeuwige redding,
Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Jeremia 38:20
‘Dat zal niet gebeuren, ‘antwoordde Jeremia. ‘Luister toch naar de HEER, in wiens naam ik tot u spreek, dan loopt het goed met u af en blijft u in leven.
Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Jeremia 36:3
Misschien laten de Judeeërs tot zich doordringen met wat voor onheil ik hen wil treffen en breken ze met hun kwalijke praktijken. Dan zal ik hun wandaden en zonden vergeven.’
Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Deuteronomium 32:36
Want de HEER zal zijn volk recht doen, hij ontfermt zich weer over zijn dienaren. Als hij ziet dat alle krachten hun begeven en weldra iedereen bezwijkt,
Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Jesaja 55:7
Laat de goddeloze zijn slechte weg verlaten, laat de onrechtvaardige zijn snode plannen herzien. Laat hij terugkeren naar de HEER, die zich over hem zal ontfermen; laat hij terugkeren naar onze God, die hem ruimhartig zal vergeven.
Gerelateerd aan Jeremia 26:13
Jeremia 42:10
Als jullie in dit land blijven, zal ik jullie opbouwen en niet afbreken, zal ik jullie planten en niet uitrukken, want ik heb spijt van het onheil waarmee ik jullie getroffen heb.