Gerelateerd aan Jeremia 2:11
Gerelateerd aan Jeremia 2:11
Jeremia 16:20
‘Kan een mens soms goden maken? Wat hij maakt-goden zijn het niet!
Gerelateerd aan Jeremia 2:11
Jesaja 37:19
en hun goden aan het vuur prijsgegeven. Dat waren dan ook geen goden, het waren slechts maaksels van mensenhanden, beelden van hout en steen, die ze vernietigd hebben.
Gerelateerd aan Jeremia 2:11
Psalmen 106:20
God, hun eer, ruilden zij in voor een beeld van een dier dat gras eet.
Gerelateerd aan Jeremia 2:11
Romeinen 1:23
en hebben ze de majesteit van de onvergankelijke God ingewisseld voor beelden van vergankelijke mensen, vogels, lopende en kruipende dieren.
Gerelateerd aan Jeremia 2:11
Micha 4:5
Laat andere volken hun eigen goden volgen-wij vertrouwen op de naam van de HEER, onze God, voor eeuwig en altijd.
Gerelateerd aan Jeremia 2:11
Psalmen 3:3
(3:4) U, HEER, bent een schild om mij heen, u bent mijn eer, u houdt mij staande.
Gerelateerd aan Jeremia 2:11
Deuteronomium 33:29
Wie is zo gelukkig als u, Israël? Geen ander volk liet de HEER de overwinning. Hij is het schild dat u beschermt, het zwaard dat u triomfen brengt. De vijand moet uw macht erkennen, hij zal het stof van uw voeten likken.’
Gerelateerd aan Jeremia 2:11
Psalmen 115:4
Hun goden zijn van zilver en goud, gemaakt door mensenhanden.
Gerelateerd aan Jeremia 2:11
Jeremia 2:5
Dit zegt de HEER: Welk onrecht heb ik jullie voorouders gedaan dat ze mij hebben verlaten, dat ze achter nietige goden aan liepen en zelf nietswaardig werden?
Gerelateerd aan Jeremia 2:11
1 Korinthe 8:4
Wat nu het eten van offervlees betreft: wij weten dat er in de hele wereld niet ‚‚n afgod echt bestaat en dat er maar ‚‚n God is.
Gerelateerd aan Jeremia 2:11
Jeremia 2:8
De priesters zeiden niet: “Waar is de HEER?” De hoeders van de wetten kenden mij niet. De herders kwamen tegen mij in opstand. De profeten lieten zich door Baäl leiden en liepen achter goden aan van wie geen hulp was te verwachten.
Gerelateerd aan Jeremia 2:11
1 Petrus 1:18
U weet immers dat u niet met zoiets vergankelijks als zilver of goud bent vrijgekocht uit het zinloze leven dat u van uw voorouders had geërfd,