Gerelateerd aan Jeremia 11:20
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
Jeremia 20:12
HEER van de hemelse machten, die alles rechtvaardig onderzoekt, die hart en nieren doorgrondt, laat mij zien dat u zich op hen wreekt. U leg ik mijn zaak voor.
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
Psalmen 7:9
(7:10) Roep de goddelozen een halt toe en wees de rechtvaardige tot steun. U die hart en nieren doorgrondt bent een rechtvaardige God.
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
Jeremia 17:10
Ik, de HEER, ben het die het hart doorgrondt, die nieren toetst, die ieder naar zijn levenswandel beloont, aan ieder geeft wat hij verdient.
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
1 Samuel 16:7
Maar de HEER zei tegen Samuël: 'Ga niet af op zijn voorkomen en zijn rijzige gestalte. Ik heb hem afgewezen. Het gaat niet om wat de mens ziet: de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de HEER kijkt naar het hart.'
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
Jeremia 15:15
‘O HEER, u kent mij. Denk aan mij, bekommer u om mij, wreek mij op mijn achtervolgers. Heb met hen niet zo veel geduld dat het mij het leven kost. Weet dat ik omwille van u belasterd word.
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
Openbaring 2:23
haar kinderen zal ik laten sterven aan een dodelijke ziekte. Laat elke gemeente beseffen dat ik het ben die hart en ziel van de mens doorgrondt en dat ik ieder van u zal belonen naar zijn daden.
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
Jeremia 17:18
Laat mijn achtervolgers te schande staan-niet mij! Laat hen ten onder gaan-niet mij! Breng onheil over hen, tref hen, tref hen dodelijk.’
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
1 Kronieken 29:17
Ik weet, mijn God, dat u de harten van de mensen beproeft en oprechtheid verlangt. Welnu, uit de oprechtheid van mijn hart heb ik u dit alles geschonken, en ook uw volk, dat hier bijeen is, heb ik zijn bijdrage met vreugde zien schenken.
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
Psalmen 10:14
Toch ziet u de pijn en het verdriet, u merkt het op en weegt het in uw hand. Op u vertrouwen weerloze mensen, de wezen, u komt hun te hulp.
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
Genesis 18:25
Zoiets kunt u toch niet doen, hen samen met de schuldigen laten omkomen! Dan zouden schuldigen en onschuldigen over één kam worden geschoren. Dat kunt u toch niet doen! Hij die rechter is over de hele aarde moet toch rechtvaardig handelen?’
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
Psalmen 57:1
Voor de koorleider. Op de wijs van Verdelg niet. Van David, een stil gebed, toen hij voor Saul was gevlucht in een spelonk. (57:2) Wees mij genadig, God, wees mij genadig, want bij u is mijn leven geborgen. In de schaduw van uw vleugels zal ik schuilen, tot het doodsgevaar is geweken.
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
Jeremia 18:20
Mag goed met kwaad worden vergolden? Een kuil hebben ze voor mij gegraven-en dat terwijl ik voor u stond om voor hen te pleiten, om uw toorn van hen af te wenden.
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
1 Petrus 2:23
Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, hij leed en dreigde niet, hij liet het oordeel over aan hem die rechtvaardig oordeelt.
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
2 Timotheüs 4:14
Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaad gedaan; de Heer zal hem zijn verdiende loon geven.
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
Psalmen 43:1
Verschaf mij recht, o God, vecht voor mijn zaak. Bescherm mij tegen een liefdeloos volk, vol list en bedrog.
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
Psalmen 35:2
wapen u, grijp het schild, sta op om mij te helpen!
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
Filippensen 4:6
Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden.
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
Job 5:8
Ik zou me in jouw plaats tot God wenden, aan God zou ik het oordeel overlaten.
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
Jeremia 12:1
‘HEER, u staat altijd in uw recht als ik het tegen u opneem. Toch vraag ik, hoe verantwoordt u dat boosdoeners in voorspoed leven, en trouwelozen rust genieten?
Gerelateerd aan Jeremia 11:20
Handelingen 17:31
want hij heeft bepaald dat er een dag komt waarop hij een rechtvaardig oordeel over de mensheid zal laten vellen door een man die hij voor dat doel heeft aangewezen. Het bewijs dat het om deze man gaat, heeft hij geleverd door hem uit de dood te doen opstaan.’
1
2