Gerelateerd aan Jakobus 1:1
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
1 Petrus 1:1
Van Petrus, apostel van Jezus Christus. Aan de uitverkorenen die als vreemdelingen verspreid in Pontus, Galatië, Kappadocië, Asia en Bitynië verblijven,
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
Ezechiel 12:15
Wanneer ik hen verdrijf naar verre landen en verspreid onder vreemde volken, zullen ze beseffen dat ik de HEER ben.
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
Handelingen 26:7
Ook de twaalf stammen van ons volk hopen daarop en dienen God volhardend, dag en nacht. Omwille van deze hoop word ik door de Joden aangeklaagd, majesteit!
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
Johannes 7:35
Toen zeiden de Joden tegen elkaar: ‘Waar gaat hij dan naartoe, dat wij hem niet kunnen vinden? Hij zal toch niet naar de Griekse diaspora gaan om de Grieken onderricht te geven?
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
Handelingen 8:1
Saulus keurde de moord op hem goed. Nog diezelfde dag brak er een hevige vervolging los tegen de gemeente in Jeruzalem, zodat allen verspreid werden over Judea en Samaria, met uitzondering van de apostelen.
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
Galaten 2:9
en ze dus de genade onderkenden die mij geschonken was, toen reikten Jakobus, Kefas en Johannes, die als steunpilaren golden, mij en Barnabas de broederhand: wij zouden naar de heidenen gaan, zij naar de besnedenen.
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
Handelingen 15:23
Men gaf hun een brief mee met de volgende inhoud: ‘Van de apostelen en de oudsten. Aan hun broeders en zusters in Antiochië, Syrië en Cilicië die uit de heidense volken afkomstig zijn: gegroet!
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
2 Petrus 1:1
Van Simeon Petrus, dienaar en apostel van Jezus Christus. Aan allen die dankzij de rechtvaardigheid van onze God en van onze redder Jezus Christus hetzelfde kostbare geloof hebben ontvangen als wij.
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
Romeinen 1:1
Van Paulus, dienaar van Christus Jezus, geroepen tot apostel en uitgekozen om het evangelie van God te verkondigen,
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
Judas 1:1
Van Judas, dienaar van Jezus Christus en broer van Jakobus. Aan allen die geroepen zijn en aan wie de liefde van God, de Vader, en de bescherming van Jezus Christus ten deel vallen.
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
Titus 1:1
Van Paulus, dienaar van God, apostel van Jezus Christus, met de opdracht om Gods uitverkorenen tot geloof te brengen en tot de kennis van de ware vroomheid,
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
Deuteronomium 30:3
dan zal de HEER, uw God, in uw lot een keer brengen: hij zal zich over u ontfermen en u, na u eerst verstrooid te hebben, weer uit al die landen bijeenbrengen.
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
Deuteronomium 28:64
want de HEER zal u uiteenjagen en onder alle volken verstrooien, tot in de verste uithoeken van de aarde. Daar zult u andere goden vereren, goden die u nog niet kende en ook uw voorouders niet, goden van hout en van steen.
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
1 Koningen 18:31
Hij nam twaalf stenen, evenveel als het aantal stammen van Israël, de nakomelingen van de zonen van Jakob, tot wie de HEER had gezegd: 'Israël is je nieuwe naam.'
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
Filippensen 1:1
Van Paulus en Timoteüs, dienaren van Christus Jezus. Aan alle heiligen in Filippi die één zijn in Christus Jezus, en aan hun opzieners en dienaren.
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
Johannes 12:26
Wie mij dient moet mij volgen: waar ik ben zal ook mijn dienaar zijn, en wie mij dient zal door de Vader geëerd worden.
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
Handelingen 15:21
In haast elke stad wordt de wet van Mozes immers al sinds mensenheugenis verkondigd en op iedere sabbat in de synagogen voorgelezen.’
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
Mattheüs 19:28
Jezus zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: wanneer de tijd aanbreekt dat alles vernieuwd wordt, wanneer de Mensenzoon in zijn majesteit zal zetelen op zijn troon, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn plaatsnemen op de twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van Israël.
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
Handelingen 21:18
De volgende dag ging Paulus met ons naar Jakobus, bij wie alle oudsten waren samengekomen.
Gerelateerd aan Jakobus 1:1
Handelingen 15:13
Toen ze waren uitgesproken, nam Jakobus het woord. Hij zei: ‘Broeders, luister.
1
2