Gerelateerd aan Hosea 2:7
Gerelateerd aan Hosea 2:7
Jeremia 2:2
‘Roep Jeruzalem toe: Dit zegt de HEER: Ik weet nog hoe je me liefhad in je jeugd, van me hield als mijn bruid, hoe je me volgde door de woestijn, dat land waar niet wordt gezaaid.
Gerelateerd aan Hosea 2:7
Hosea 5:13
Toen Efraïm merkte hoe ziek het was, en Juda zijn zwerende wonden zag, wendde Efraïm zich tot Assyrië om hulp te zoeken bij koning Kemphaan. Maar die kan geen genezing brengen, die heeft geen middel tegen hun kwalen.
Gerelateerd aan Hosea 2:7
Hosea 13:6
Ik heb hen op weidegrond gebracht en ze raakten verzadigd. Maar toen ze eenmaal verzadigd waren, werden ze hoogmoedig en keerden mij de rug toe.
Gerelateerd aan Hosea 2:7
Jeremia 14:22
Brengen die nietige goden van andere volken soms regen, of schenkt de hemel buien uit zichzelf? U, de HEER, onze God, doet dat toch? Wij vestigen onze hoop op u, want u hebt alles gemaakt.’
Gerelateerd aan Hosea 2:7
Jesaja 31:1
Wee hun die naar Egypte gaan om hulp, die hun heil zoeken bij paarden, vertrouwen op een groot aantal wagens en een overmacht aan ruiters. Voor de HEER hebben zij geen oog, de Heilige van Israël zoeken zij niet.
Gerelateerd aan Hosea 2:7
Deuteronomium 32:13
Hij legde het bergland voor hen open, de oogst van het land viel hun in de schoot. Hij laafde hen met honing uit de rotsen, met olijfolie uit steenharde rots,
Gerelateerd aan Hosea 2:7
Jeremia 50:4
In die dagen, in die tijd, keert het volk van Israël terug, samen met het volk van Juda- spreekt de HEER. In tranen zullen ze op weg gaan om de HEER, hun God, te zoeken.
Gerelateerd aan Hosea 2:7
Psalmen 116:7
Kom weer tot rust, mijn ziel, de HEER is je te hulp gekomen.
Gerelateerd aan Hosea 2:7
Jeremia 31:32
een ander verbond dan ik met hun voorouders sloot toen ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte weg te leiden. Zij hebben dat verbond verbroken, hoewel ze mij toebehoorden-spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Hosea 2:7
Daniel 5:21
Hij werd door de mensen verstoten, hij kreeg het hart van een dier en hij leefde onder de wilde ezels. Hij at gras als de runderen en zijn lichaam werd vochtig van de dauw van de hemel, totdat hij erkende dat God, de Hoogste, boven het koningschap van de mensen staat en dat hij alleen bepaalt aan wie hij dat verleent.
Gerelateerd aan Hosea 2:7
Klaagliederen 3:40
Laten we ons leven onderzoeken en doorvorsen, laten we terugkeren naar de HEER,
Gerelateerd aan Hosea 2:7
Ezechiel 23:22
Daarom-dit zegt God, de HEER: Ik zet je minnaars, van wie je een afkeer hebt gekregen, tegen je op; ik laat ze overal vandaan naar je optrekken:
Gerelateerd aan Hosea 2:7
Jeremia 30:12
Dit zegt de HEER: Ongeneeslijk zijn je wonden, niet te helen is je letsel.
Gerelateerd aan Hosea 2:7
2 Kronieken 28:20
Maar in plaats van Achaz te helpen, viel koning Tiglatpileser van Assyrië hem aan en dreef hij hem in het nauw.
Gerelateerd aan Hosea 2:7
Deuteronomium 8:17
En dan zou u bij uzelf denken: Al die voorspoed hebben we op eigen kracht verworven!?
Gerelateerd aan Hosea 2:7
Ezechiel 20:32
Wat jullie willen, zal zeker niet gebeuren. Jullie denken dat je kunt worden als de volken die in andere landen wonen en goden van hout en steen vereren!
Gerelateerd aan Hosea 2:7
Ezechiel 16:8
Ik kwam voorbij en zag dat je rijp was voor de liefde, ik spreidde mijn mantel over je uit om je naaktheid te bedekken. Ik zwoer je trouw, ik sloot een verbond met je-spreekt God, de HEER -en je werd de mijne.
Gerelateerd aan Hosea 2:7
Jeremia 3:22
Kom terug, afvallige kinderen, ik zal jullie genezen van je ontrouw. Dan zullen jullie zeggen: “Hier zijn we, wij komen bij u terug, want u bent de HEER, onze God.
Gerelateerd aan Hosea 2:7
Jeremia 31:18
Ik heb wel gehoord hoe Efraïm treurt: “U hebt mij geslagen als een jonge os die nog niet is afgericht. Breng mij bij u terug, laat mij terugkeren, want u, HEER, bent mijn God.
Gerelateerd aan Hosea 2:7
Daniel 4:32
(4:29) U wordt verstoten door de mensen; u zult leven onder de dieren van het veld en u zult gras eten als de runderen. Zo zullen zeven jaren voorbijgaan, totdat u erkent dat de hoogste God boven het koningschap van de mensen staat en dat hij bepaalt aan wie hij het verleent.'
1
2