Gerelateerd aan Hosea 2:13-14

Gerelateerd aan Hosea 2:13

Hosea 13:1

Als de stam Efraïm zich liet horen, beefde iedereen; hij had groot gezag in Israël. Toen maakte hij zich schuldig aan de verering van Baäl, en daarmee tekende hij zijn doodvonnis.
Gerelateerd aan Hosea 2:13

Richteren 3:7

De Israëlieten deden wat slecht is in de ogen van de HEER: ze vergaten de HEER, hun God, en dienden de Baäls en de Asjera's.
Gerelateerd aan Hosea 2:13

Hosea 11:2

Hoe harder ze geroepen werden, hoe meer ze hun eigen weg gingen. Ze brachten offers aan de Baäls en brandden wierook voor godenbeelden-
Gerelateerd aan Hosea 2:13

Jeremia 7:9

Jullie stelen, moorden, plegen overspel en meineed, branden wierook voor Baäl en lopen achter andere goden aan, die jullie eerst niet kenden.
Gerelateerd aan Hosea 2:13

Hosea 9:7

Het is tijd voor de afrekening, de tijd van de vergelding is daar, laat Israël dat beseffen! Jullie zeggen: 'Die profeet is gek! Die ziener heeft zijn verstand verloren!' Ja, dankzij al jullie zonden en vijandigheid.
Gerelateerd aan Hosea 2:13

Hosea 4:6

Mijn volk komt om doordat het met mij niet vertrouwd is. Jij wilde het niet met mij vertrouwd maken, daarom wil ik niets meer met jou te maken hebben: je zult mij niet meer als priester dienen. Jij hebt de wet van je God verwaarloosd, daarom zal ik jouw kinderen verwaarlozen.
Gerelateerd aan Hosea 2:13

Hosea 9:9

Ze zijn diep gezonken, zoals destijds in Gibea. Nu zal de HEER hun wandaden in rekening brengen en hun zonden bestraffen.
Gerelateerd aan Hosea 2:13

Hosea 13:6

Ik heb hen op weidegrond gebracht en ze raakten verzadigd. Maar toen ze eenmaal verzadigd waren, werden ze hoogmoedig en keerden mij de rug toe.
Gerelateerd aan Hosea 2:13

Jeremia 2:32

Zal een meisje haar sieraden vergeten, of een bruid haar tooi? Maar mijn volk is mij sinds jaar en dag vergeten.
Gerelateerd aan Hosea 2:13

Jeremia 2:23

Hoe kun je zeggen: “Ik heb me niet besmeurd, ik liep niet achter de Baäls aan”? Kijk eens naar het Hinnomdal, besef wat je daar doet. Je bent een rusteloze kameel, die hitsig heen en weer rent,
Gerelateerd aan Hosea 2:13

Job 8:13

Dat is het lot van hem die God vergeet, de hoop van de trouweloze gaat teloor.
Gerelateerd aan Hosea 2:13

Jeremia 18:15

Maar mijn volk is mij vergeten, het brandt wierook voor nietswaardige goden, die het lieten struikelen op van oudsher vertrouwde wegen, het op ongebaande paden lieten gaan.
Gerelateerd aan Hosea 2:13

Richteren 10:6

Weer deden de Israëlieten wat slecht is in de ogen van de HEER: weer begonnen ze de Baäls en Astartes te vereren, en ook de goden van Aram, Sidon en Moab en de goden van de Ammonieten en de Filistijnen. Ze keerden de HEER de rug toe en dienden hem niet meer.
Gerelateerd aan Hosea 2:13

Deuteronomium 8:11

Zorg ervoor dat u hem niet vergeet, waardoor u zijn geboden, wetten en regels, die ik u vandaag voorhoud, zou veronachtzamen.
Gerelateerd aan Hosea 2:13

Ezechiel 23:40

Ook hebben ze boden gezonden naar mannen in verre landen. En ze zijn gekomen, de mannen voor wie je je gebaad hebt, voor wie je je ogen hebt opgemaakt en voor wie je je met sieraden hebt behangen.
Gerelateerd aan Hosea 2:13

Hosea 2:5

(2:7) Overspelig was immers hun moeder; de vrouw die hen gedragen heeft leefde in schande. Ze zei: 'Ik ga achter mijn minnaars aan, want zij zorgen voor mijn eten en drinken, voor wol en vlas, olijfolie en wijn.'
Gerelateerd aan Hosea 2:13

Ezechiel 16:17

Je gebruikte je prachtige sieraden, het goud en zilver dat ik je gegeven had, om er mannenbeelden van te maken, en ook daarmee pleegde je overspel.
Gerelateerd aan Hosea 2:13

Jesaja 17:10

Want je bent de God van je redding vergeten, de rots waarop je steunde, heb je veronachtzaamd. Je hebt fraaie tuinen aangelegd en stekken geplant voor vreemde goden.
Gerelateerd aan Hosea 2:13

Hosea 2:7

(2:9) Als ze dan achter haar minnaars aan wil gaan kan ze hen niet bereiken; ze zoekt maar kan hen niet vinden. Dan zal ze zeggen: 'Ik ga terug naar mijn eigen man, want toen had ik het beter dan nu.'
Gerelateerd aan Hosea 2:13

Jeremia 23:2

Daarom-dit zegt de HEER, de God van Israël, tegen de herders die mijn volk weiden: Jullie hebben mijn schapen verjaagd en laten verdwalen, en jullie zijn ze niet gaan zoeken. Daarom ga ik jullie zoeken: ik zal jullie straffen voor je kwalijke praktijken-spreekt de HEER.
1
2
3
4
Volgende