Gerelateerd aan Hooglied 5:13

Gerelateerd aan Hooglied 5:13

Hooglied 1:10

Hoe lieflijk zijn je wangen en je ringen, hoe sierlijk zijn je hals en je ketting.
Gerelateerd aan Hooglied 5:13

Hooglied 2:1

Ik ben een lelie van de Saron, een wilde lelie in het dal.
Gerelateerd aan Hooglied 5:13

Hooglied 6:2

Mijn lief is naar zijn tuin gegaan, naar zijn balsemtuin beneden. Daar wil hij weiden, daar wil hij lelies plukken.
Gerelateerd aan Hooglied 5:13

Hooglied 4:11

Mijn bruid, je lippen druipen van honing, melk en honing proef ik onder je tong, je kleed geurt naar de Libanon.
Gerelateerd aan Hooglied 5:13

Psalmen 4:6

(4:7) Velen zeggen: 'Wie maakt ons gelukkig?' -HEER, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen.
Gerelateerd aan Hooglied 5:13

Psalmen 45:2

(45:3) U bent de mooiste van alle mensen en lieflijkheid vloeit van uw lippen-God heeft u voor altijd gezegend.
Gerelateerd aan Hooglied 5:13

Openbaring 21:23

De stad heeft het licht van de zon en de maan niet nodig: over haar schijnt Gods luister, en het lam is haar licht.
Gerelateerd aan Hooglied 5:13

Hooglied 3:6

Wie is zij, die daar komt uit de woestijn als een zuil van rook, in een wolk van wierook en mirre, in een geur van kostbare kruiden?
Gerelateerd aan Hooglied 5:13

Psalmen 89:15

(89:16) Gelukkig het volk dat van uw roem getuigt en leeft, HEER, in het licht van uw gelaat.
Gerelateerd aan Hooglied 5:13

Hooglied 5:5

Toen sprong ik op, ik ging hem opendoen. Mijn handen dropen van mirre, mirre vloeide van mijn vingers op de grendel van de deur.
Gerelateerd aan Hooglied 5:13

Psalmen 27:4

Ik vraag aan de HEER één ding, het enige wat ik verlang: wonen in het huis van de HEER alle dagen van mijn leven, om de liefde van de HEER te aanschouwen, hem te ontmoeten in zijn tempel.
Gerelateerd aan Hooglied 5:13

Lukas 4:22

Allen betuigden hem hun bijval en verwonderden zich over de genaderijke woorden die uit zijn mond vloeiden, en ze zeiden: ‘Dat is toch de zoon van Jozef?’
Gerelateerd aan Hooglied 5:13

Jesaja 50:6

Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars, wie mij de baard uittrokken, bood ik mijn wangen aan. Ik heb mijn gezicht niet verborgen toen ze mij beschimpten en bespuwden.
Gerelateerd aan Hooglied 5:13

Jesaja 50:4

God, de HEER, gaf mij een vaardige tong, waarmee ik de moedeloze kan opbeuren. Elke ochtend wekt hij mijn oor, zodat het toegerust is om aandachtig te horen.