Gerelateerd aan Hooglied 1:6

Gerelateerd aan Hooglied 1:6

Psalmen 69:8

(69:9) Ik ben voor mijn broers een vreemde geworden, een onbekende voor de zonen van mijn moeder.
Gerelateerd aan Hooglied 1:6

Hooglied 8:11

Salomo bezat een wijngaard in Baäl-Hamon. Hij stelde er bewakers aan, duizend zilverstukken gaf men voor de oogst.
Gerelateerd aan Hooglied 1:6

Handelingen 14:22

Ze bemoedigden de leerlingen en spoorden hen aan te volharden in het geloof, maar wezen hun erop ‘dat wij pas na veel beproevingen het koninkrijk van God binnen kunnen gaan’.
Gerelateerd aan Hooglied 1:6

Mattheüs 10:22

Jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam; maar wie standhoudt tot het einde zal worden gered.
Gerelateerd aan Hooglied 1:6

Lukas 12:51

Denken jullie dat ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Geenszins, zeg ik jullie, ik kom verdeeldheid brengen.
Gerelateerd aan Hooglied 1:6

Galaten 4:29

Maar zoals de zoon die krachtens de natuur geboren werd de zoon vervolgde die krachtens de Geest geboren werd, zo worden nu ook wij vervolgd.
Gerelateerd aan Hooglied 1:6

Jeremia 12:6

Ook je broers en zusters, je hele familie, zullen je laten vallen, ook zij zullen je naschreeuwen. Vertrouw hen niet, al zijn ze nog zo vriendelijk.
Gerelateerd aan Hooglied 1:6

Mattheüs 10:35

Want ik kom een wig drijven tussen een man en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder;
Gerelateerd aan Hooglied 1:6

Micha 7:6

De zoon veracht zijn vader, de dochter verzet zich tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder, en huisgenoten blijken vijanden.
Gerelateerd aan Hooglied 1:6

Ruth 1:19

Zo gingen zij samen verder, tot in Betlehem. Hun aankomst in Betlehem baarde veel opzien. Overal in de stad riepen de vrouwen: 'Dat is toch Noömi?'
Gerelateerd aan Hooglied 1:6

Mattheüs 10:25

Een leerling moet er genoegen mee nemen te worden als zijn leermeester, en de slaaf als zijn heer. Als ze de heer des huizes al Beëlzebul genoemd hebben, waarvoor zullen ze dan zijn huisgenoten wel niet uitmaken?
Gerelateerd aan Hooglied 1:6

Markus 4:6

en toen de zon opkwam verschroeide het jonge groen, en omdat het geen wortel had droogde het uit.
Gerelateerd aan Hooglied 1:6

Job 30:30

Mijn huid is verschroeid en schilfert, koorts verteert mijn gebeente.
Gerelateerd aan Hooglied 1:6

Jeremia 8:21

‘Getroffen ben ik door de wond van mijn volk, ik ga in het zwart gehuld, ontzetting grijpt mij aan.
Gerelateerd aan Hooglied 1:6

Klaagliederen 4:8

maar nu zijn ze donkerder dan roet, ze worden op straat niet herkend: ze zijn vel over been, hun huid is droog en dor als hout.