Gerelateerd aan Hooglied 1:10

Gerelateerd aan Hooglied 1:10

Ezechiel 16:11

Ik tooide je met sieraden, ik deed armbanden om je polsen en een ketting om je hals,
Gerelateerd aan Hooglied 1:10

1 Petrus 3:4

maar in wat verborgen ligt in uw hart, in een zacht en stil gemoed. Dat is een onvergankelijk sieraad dat God kostbaar acht.
Gerelateerd aan Hooglied 1:10

Hooglied 5:13

Zijn wangen zijn als balsemtuinen, die overheerlijk geuren. Zijn lippen zijn als lelies, die druipen van vloeiende mirre.
Gerelateerd aan Hooglied 1:10

Numeri 31:50

Wat wijzelf aan gouden voorwerpen hebben aangetroffen, bieden we de HEER als offergave aan: enkelkettinkjes, armbanden, vingerringen, oorringen en halssieraden. Hiermee willen we bij de HEER verzoening voor onszelf bewerken.'
Gerelateerd aan Hooglied 1:10

Genesis 24:47

Ik vroeg haar van wie zij een dochter was. “Van Betuël, ”antwoordde ze, “de zoon van Nachor en Milka.” Toen deed ik de ring in haar neus en de armbanden om haar polsen.
Gerelateerd aan Hooglied 1:10

Spreuken 1:9

Hun lessen zijn een sierlijke krans om je hoofd, ze zijn een ketting om je hals.
Gerelateerd aan Hooglied 1:10

Genesis 24:22

Toen de kamelen genoeg gedronken hadden, haalde hij een gouden neusring te voorschijn die wel een halve sjekel woog, en twee gouden armbanden, die tien sjekel zwaar waren.
Gerelateerd aan Hooglied 1:10

2 Petrus 1:3

Zijn goddelijke macht heeft ons alles geschonken wat nodig is voor een vroom leven, door de kennis van hem die ons geroepen heeft door zijn majesteit en wonderbaarlijke kracht.
Gerelateerd aan Hooglied 1:10

Jesaja 61:10

Ik vind grote vreugde in de HEER, mijn hele wezen jubelt om mijn God. Hij deed mij het kleed van de bevrijding aan, hulde mij in de mantel van de gerechtigheid, zoals een bruidegom een kroon opzet, zoals een bruid zich tooit met haar sieraden.
Gerelateerd aan Hooglied 1:10

Genesis 41:42

en hij deed zijn zegelring af, schoof die aan Jozefs vinger, gaf hem kleren van fijn linnen en hing hem een gouden keten om de hals.
Gerelateerd aan Hooglied 1:10

Hooglied 4:9

Zusje, bruid van mij, je brengt me in vervoering, je brengt me in verrukking met maar één blik van je ogen, met één flonker van je ketting.
Gerelateerd aan Hooglied 1:10

Jesaja 3:18

Op die dag neemt hij hun alle opschik af: hun enkelringen, zonnetjes en maantjes,