Gerelateerd aan Hebreeën 6:16

Gerelateerd aan Hebreeën 6:16

Exodus 22:11

(22:10) en die ander zweert bij de HEER dat hij zich niet aan het bezit van de eigenaar vergrepen heeft, dan moet deze daar genoegen mee nemen en hoeft hem niets vergoed te worden.
Gerelateerd aan Hebreeën 6:16

Jozua 9:15

Jozua sloot een vredesverdrag met hen en beloofde hun dat hun leven zou worden gespaard. De stamhoofden bekrachtigden dit met een eed.
Gerelateerd aan Hebreeën 6:16

Genesis 21:30

en hij antwoordde: ‘Door die zeven ooilammetjes van mij aan te nemen erkent u dat ik deze put hier heb gegraven.’
Gerelateerd aan Hebreeën 6:16

Genesis 21:23

‘Zweer mij daarom bij God, hier op deze plaats, dat u mij, mijn kinderen en kindskinderen nooit zult bedriegen, maar dat u mij en het land waar u gastvrijheid geniet, evenveel loyaliteit zult tonen als u van mij hebt ondervonden.’
Gerelateerd aan Hebreeën 6:16

Genesis 14:22

Maar Abram antwoordde hem: ‘Ik zweer bij de HEER, bij God, de Allerhoogste, de schepper van hemel en aarde,
Gerelateerd aan Hebreeën 6:16

Mattheüs 23:20

Wie dus zweert bij het altaar, zweert daarbij en bij alles wat daarop ligt.
Gerelateerd aan Hebreeën 6:16

Ezechiel 17:16

Zo waar ik leef-spreekt God, de HEER -,in de stad waar de koning woont die hem tot koning heeft gemaakt, de koning aan wie hij een eed heeft gezworen die hij gebroken heeft, en met wie hij een verdrag heeft gesloten dat hij niet heeft nageleefd-daar, bij hem in Babel, zal hij sterven!
Gerelateerd aan Hebreeën 6:16

Hebreeën 6:13

Toen God aan Abraham zijn belofte deed, kon hij bij niemand zweren die hoger was dan hijzelf, en dus zwoer hij bij zichzelf:
Gerelateerd aan Hebreeën 6:16

Genesis 31:53

De God van Abraham en de God van Nachor, die ook de God van hun vader was, zal beoordelen wie van ons beiden in zijn recht staat.’ Jakob zwoer een eed bij de God voor wie zijn vader Isaak diep ontzag had.
Gerelateerd aan Hebreeën 6:16

2 Samuel 21:2

De Gibeonieten namelijk behoorden niet tot het volk van Israël. Het waren overlevenden van de Amorieten, en de Israëlieten hadden hun gezworen dat ze hen met rust zouden laten, maar Saul had in zijn ijver voor Israël en Juda geprobeerd hen uit te roeien. David liet de Gibeonieten bij zich komen