Gerelateerd aan Hebreeën 4:7
Gerelateerd aan Hebreeën 4:7
Psalmen 95:7
Ja, hij is onze God en wij zijn het volk dat hij hoedt, de kudde door zijn hand geleid. Luister vandaag naar zijn stem:
Gerelateerd aan Hebreeën 4:7
Hebreeën 3:7
De heilige Geest zegt immers: ‘Horen jullie vandaag zijn stem,
Gerelateerd aan Hebreeën 4:7
Hebreeën 3:15
Wanneer er gezegd wordt ‘Horen jullie vandaag zijn stem, wees dan niet koppig, als tijdens de opstand’ -
Gerelateerd aan Hebreeën 4:7
Handelingen 2:29
Broeders en zusters, u zult mij wel toestaan dat ik over de aartsvader David zeg dat hij gestorven en begraven is; zijn graf bevindt zich immers nog steeds hier.
Gerelateerd aan Hebreeën 4:7
Handelingen 28:25
Ze werden het niet met elkaar eens en gingen uiteen, maar niet voordat Paulus nog een laatste woord had gesproken: ‘Volkomen terecht heeft de heilige Geest bij monde van de profeet Jesaja tegen uw voorouders gezegd:
Gerelateerd aan Hebreeën 4:7
Markus 12:36
Zelf heeft David, geïnspireerd door de heilige Geest, gezegd: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’”
Gerelateerd aan Hebreeën 4:7
Lukas 20:42
Want David zelf zegt in het boek van de Psalmen: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand,
Gerelateerd aan Hebreeën 4:7
1 Koningen 6:1
In het vierhonderdtachtigste jaar na de uittocht van de Israëlieten uit Egypte, in het vierde jaar van zijn regering over Israël, in de maand ziw, de tweede maand, begon koning Salomo met de bouw van de tempel.
Gerelateerd aan Hebreeën 4:7
Mattheüs 22:43
Jezus vroeg: ‘Hoe kan David hem dan, geïnspireerd door de Geest, Heer noemen? Want hij zegt:
Gerelateerd aan Hebreeën 4:7
2 Samuel 23:1
Dit zijn de laatste woorden van David. Zo spreekt David, de zoon van Isaï, zo spreekt hij, tot hoge macht verheven, de gezalfde van de God van Jakob, de geliefde zanger van Israël:
Gerelateerd aan Hebreeën 4:7
Handelingen 13:20
Dit alles vond plaats in ongeveer vierhonderdvijftig jaar. Vervolgens stelde hij rechters aan, die heersten tot de tijd van de profeet Samuël.
Gerelateerd aan Hebreeën 4:7
Handelingen 2:31
heeft hij de opstanding van de messias voorzien en gezegd dat deze niet aan het dodenrijk zou worden overgeleverd en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan.