Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

Richteren 14:5

Simson ging met zijn vader en moeder op weg naar Timna. In de buurt van de wijngaarden van Timna kwam opeens een leeuw brullend op hem af.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

Psalmen 144:1

Van David. Geprezen zij de HEER, mijn rots, die mijn handen oefent voor de strijd, die mijn vingers schoolt voor het gevecht,
Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

1 Samuel 17:33

'Maar je kunt hem toch onmogelijk aan, 'wierp Saul tegen. 'Jij bent nog maar een jongen en hij is al van jongs af aan gewend om te vechten.'
Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

Hebreeën 6:12

en dat u niet achterblijft, maar in het spoor treedt van hen die dankzij hun standvastig geloof ontvangen hebben wat hun beloofd was.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

Daniel 6:20

(6:21) Zodra hij in de buurt van de kuil kwam, riep hij Daniël met bedroefde stem toe: 'Daniël, dienaar van de levende God, heeft uw God, die u zo vasthoudend dient, u van de leeuwen kunnen redden?'
Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

1 Petrus 5:8

Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

2 Timotheüs 4:17

Maar de Heer heeft me ter zijde gestaan en me kracht gegeven, zodat ik de verkondiging tot een goed einde heb gebracht en alle volken de boodschap hebben gehoord. Ik ben gered uit de muil van de leeuw.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

Psalmen 44:2

(44:3) Om hén te planten hebt u volken verdreven, naties verslagen om ruimte te geven aan hén.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

2 Samuel 5:4

David was dertig jaar toen hij koning werd en hij regeerde veertig jaar:
Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

2 Samuel 8:1

Enige tijd later versloeg David de Filistijnen. Hij onderwierp hen en ontnam hun het bestuur over hun hoofdstad.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

Psalmen 91:13

Leeuw en adder zul je vertrappen, roofdier en slang vermorzelen.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

Hebreeën 11:17

Door zijn geloof kon Abraham, toen hij op de proef werd gesteld, Isaak als offer opdragen. Hij die de beloften had ontvangen, was bereid zijn enige zoon te offeren.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

Galaten 3:16

Nu gaf God zijn beloften aan Abraham en zijn nakomeling. Let wel, er staat niet 'nakomelingen', alsof het velen betreft, maar het gaat om één: 'je nakomeling' -en die nakomeling is Christus.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

Psalmen 144:10

(10-11) want u brengt koningen redding, u hebt David, uw dienaar, bevrijd. Bevrijd ook mij van het moordende zwaard, ontruk mij aan de greep van vreemdelingen die leugens spreken met hun mond, bedrog verbergen in hun handen.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

Psalmen 18:32

(18:33) De God die mij met kracht omgordt, leidt mij op een volmaakte weg,
Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

Hebreeën 10:36

Blijf juist volharden, want als u de wil van God doet, zult u ontvangen wat u beloofd is.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

Jozua 6:1

Jericho was toen al volkomen afgegrendeld uit angst voor de Israëlieten, er kon niemand in of uit.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

Hebreeën 11:4

Door zijn geloof had het offer dat Abel aan God bracht meer waarde dan dat van Kaïn. Over Abel wordt dan ook lovend gesproken als over een rechtvaardige-God zelf liet zich prijzend uit over zijn gaven-, en door zijn geloof klinkt zijn stem nog steeds, ook al is hij gestorven.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:33

2 Samuel 7:11

en ik rechters over mijn volk Israël had aangesteld. Jou heb ik rust gegeven door je van je vijanden te verlossen. De HEER zegt je dat hij voor jou een huis zal bouwen: