Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
Handelingen 2:42
Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
Mattheüs 18:20
Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben ik in hun midden.’
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
Hebreeën 3:13
maar wijs elkaar terecht, elke dag dat dit ‘vandaag’ nog geldt, opdat niemand van u halsstarrig wordt omdat hij door zonde verleid werd.
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
1 Thessalonicensen 5:11
Dus troost elkaar en wees elkaar tot voorbeeld, zoals u trouwens al doet.
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
Hebreeën 10:24
Laten we opmerkzaam blijven en elkaar ertoe aansporen lief te hebben en goed te doen,
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
1 Thessalonicensen 4:18
Troost elkaar met deze woorden.
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
Handelingen 20:7
Op de eerste dag van de week kwamen we bijeen voor het breken van het brood. Paulus, die van plan was om de volgende dag verder te reizen, hield een toespraak voor de leerlingen die tot midden in de nacht duurde.
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
Handelingen 2:1
Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar.
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
1 Korinthe 11:17
Nu ik u toch aanwijzingen geef: ik kan u niet prijzen om uw samenkomsten. Die doen meer kwaad dan goed.
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
Romeinen 12:8
Wie de gave heeft te troosten, moet troosten. Wie iets weggeeft, moet dat zonder bijbedoeling doen. Wie leiding geeft, moet dat doen met volle inzet. Wie barmhartig voor een ander is, moet daarin blijmoedig zijn.
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
Romeinen 13:11
U kent de huidige tijd: het moment is gekomen waarop u uit de slaap moet ontwaken, want de redding is ons meer nabij dan toen we tot geloof kwamen.
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
1 Korinthe 14:3
Maar iemand die profeteert spreekt tot mensen, en wat hij zegt is opbouwend, troostend en bemoedigend.
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
Handelingen 1:13
Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus.
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
Johannes 20:19
Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
2 Petrus 3:14
Omdat u hiernaar uitziet, geliefde broeders en zusters, moet u zich inspannen om smetteloos, onberispelijk en in vrede door hem te worden aangetroffen.
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
1 Korinthe 11:20
Alleen, u komt niet samen om de maaltijd van de Heer te vieren.
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
Jakobus 5:8
Wees net zo geduldig en houd moed, want de Heer zal spoedig komen.
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
2 Petrus 3:9
De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat.
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
Filippensen 4:5
Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij.
Gerelateerd aan Hebreeën 10:25
1 Korinthe 3:13
van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is.
1
2