Gerelateerd aan Handelingen 7:40-43
Gerelateerd aan Handelingen 7:40
Exodus 32:1
Het volk wachtte lang op Mozes. Toen hij maar niet van de berg afkwam, verdrongen ze zich om Aäron en eisten van hem: 'Maak een god voor ons die voor ons uit kan gaan, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft geleid, weten we niet.'
Gerelateerd aan Handelingen 7:40
Exodus 32:23
Ze zeiden tegen mij: "Maak een god voor ons die ons kan leiden, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft gehaald, weten we niet."
Gerelateerd aan Handelingen 7:41
Hosea 9:10
Als druiven in de woestijn, zo vond ik Israël, jullie voorouders keurde ik als vroege vijgen, eerstelingen van de vijgenboom. Maar zij-zodra ze in Baäl-Peor waren wijdden ze zich aan de god van de schande. Ze werden even weerzinwekkend als het voorwerp van hun liefde.
Gerelateerd aan Handelingen 7:41
Nehemia 9:18
Ze tergden u door een stierkalf te gieten en te zeggen: 'Dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!'
Gerelateerd aan Handelingen 7:41
Deuteronomium 9:12
en zei: ‘Haast je naar beneden. Jouw volk, dat jij uit Egypte hebt meegenomen, misdraagt zich. Nu al zijn ze afgeweken van de weg die ik hun heb gewezen: ze hebben een godenbeeld gemaakt.’
Gerelateerd aan Handelingen 7:41
Openbaring 9:20
Maar de andere mensen, die deze plagen overleefden, keerden zich niet af van hun zelfgemaakte goden. Ze bleven die goden aanbidden en de beelden van goud, zilver, brons, steen en hout, die niet kunnen horen of zien en zich niet kunnen verroeren.
Gerelateerd aan Handelingen 7:41
Habakuk 2:18
Wat heb je aan een godenbeeld, gebeeldhouwd door zijn maker? Aan een gegoten beeld dat leugens verkondigt? Wie vertrouwt zich nu toe aan wat hij zelf heeft gemaakt? Wat hij maakt zijn stomme afgoden!
Gerelateerd aan Handelingen 7:41
Hosea 9:1
Wees maar niet zo vrolijk, Israël, houd ermee op zo te jubelen als de andere volken: in overspel heb je je God verlaten; je was altijd uit op hoerenloon, overal waar graan werd gedorst.
Gerelateerd aan Handelingen 7:41
Exodus 32:2
Aäron antwoordde: 'Neem dan uw vrouwen, zonen en dochters hun gouden oorringen af en breng die bij mij.'
Gerelateerd aan Handelingen 7:41
Exodus 32:17
Toen Jozua het geschreeuw van het volk hoorde, zei hij tegen Mozes: 'Ik hoor strijdkreten in het kamp!'
Gerelateerd aan Handelingen 7:41
Jesaja 2:8
Ze vulden hun huizen met afgoden, vereerden wat zij zelf hadden gemaakt, goden die ze vormden met hun eigen handen.
Gerelateerd aan Handelingen 7:41
Psalmen 106:19
Zij maakten een stierkalf bij de Horeb en bogen zich voor een stuk metaal.
Gerelateerd aan Handelingen 7:41
Jesaja 44:9
Mensen die godenbeelden maken zijn niets, en van hun dierbare maaksels valt niets te verwachten. De mensen die van deze goden getuigen, zien niets en weten niets, zij zullen beschaamd staan.
Gerelateerd aan Handelingen 7:42
Amos 5:25
Israëlieten, hebben jullie mij die veertig jaar in de woestijn ooit zulke offers en gaven gebracht?
Gerelateerd aan Handelingen 7:42
Ezechiel 20:39
Luister, volk van Israël! Dit zegt God, de HEER: Loop maar achter je afgoden aan, ga daar rustig mee door als jullie niet naar mij willen luisteren, maar mijn heilige naam zullen jullie niet langer met je offers en afgoden ontwijden.
Gerelateerd aan Handelingen 7:42
Romeinen 1:24
Daarom heeft God hen in hun lage begeerten uitgeleverd aan zedeloosheid, waarmee ze hun lichaam onteren.
Gerelateerd aan Handelingen 7:42
Psalmen 81:11
(81:12) Maar mijn volk luisterde niet, Israël wilde niet van mij weten.
Gerelateerd aan Handelingen 7:42
Jesaja 63:10
Maar zij zijn in opstand gekomen en hebben zijn heilige geest gekrenkt. Daarom werd hij hun tot vijand en bond hij de strijd met hen aan.
Gerelateerd aan Handelingen 7:42
Jozua 24:20
Wanneer u de HEER verlaat en andere goden gaat dienen, zal hij zich tegen u keren. Dan zal hij u niet langer weldaden bewijzen, maar u kwaad doen en u vernietigen.'
Gerelateerd aan Handelingen 7:42
Deuteronomium 4:19
En als u omhoog kijkt en de zon, de maan en de sterren ziet, al die lichten aan de hemel, laat u er dan niet toe verleiden daarvoor neer te knielen en te vereren wat de HEER, uw God, voor de andere volken op aarde heeft bestemd.
1
2
3