SV
32En de menigte van degenen, die geloofden, was een hart en een ziel; en niemand zeide, dat iets van hetgeen hij had, zijn eigen ware, maar alle dingen waren hun gemeen.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV
32And the multitude of them that believed were of one heart and of one soul: neither said any of them that ought of the things which he possessed was his own; but they had all things common.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version