Gerelateerd aan Handelingen 3:6
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
Handelingen 3:16
Het komt door zijn naam en door het geloof in zijn naam dat deze man, die u hier voor u ziet en die u kent, kan lopen; het geloof dat Jezus schenkt, heeft hem in aanwezigheid van u allen gezond gemaakt.
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
2 Korinthe 8:9
Tenslotte kent u de liefde die onze Heer Jezus Christus heeft gegeven: hij was rijk, maar is omwille van u arm geworden opdat u door zijn armoede rijk zou worden.
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
Handelingen 4:10
dient u allen en het hele volk van Israël te weten dat deze man hier gezond voor u staat dankzij de naam van Jezus Christus uit Nazaret, die door u gekruisigd is, maar die door God uit de dood is opgewekt.
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
Handelingen 10:38
Jezus uit Nazaret met de heilige Geest heeft gezalfd en met kracht heeft bekleed. Hij trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond hem bij.
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
Jakobus 2:5
Luister, geliefde broeders en zusters: heeft God niet juist hen die naar wereldse maatstaven arm zijn, uitgekozen om rijk te zijn door het geloof en deel te krijgen aan het koninkrijk dat hij heeft beloofd aan wie hem liefhebben?
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
Handelingen 16:18
Dat ging verscheidene dagen zo door. Toen Paulus er genoeg van kreeg, sprak hij de geest als volgt toe: ‘Ik beveel je in de naam van Jezus Christus: verlaat haar!’ En op datzelfde moment ging de geest uit haar weg.
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
Handelingen 9:34
Petrus zei tegen hem: ‘Eneas, Jezus Christus geneest u! Sta op en breng nu zelf uw bed in orde.’ Onmiddellijk stond hij op.
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
Markus 16:17
Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen herkenbaar zijn aan de volgende tekenen: in mijn naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbekende talen,
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
Johannes 19:19
Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op ‘Jezus uit Nazaret, koning van de Joden’.
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
1 Petrus 4:10
Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft, gebruiken om de anderen daarmee te helpen, zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt.
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
Mattheüs 7:22
Op die dag zullen velen tegen mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?”
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
Handelingen 2:22
Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht.
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
Mattheüs 10:9
Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee,
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
2 Korinthe 8:12
Als u bereid bent mee te doen, wordt niet verwacht dat u geeft van wat u niet heeft, maar van wat u heeft.
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
Handelingen 2:36
Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en messias is aangesteld.’
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
Markus 14:8
Wat ze kon, heeft ze gedaan: ze heeft mijn lichaam nu al met olie gebalsemd, met het oog op mijn begrafenis.
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
2 Korinthe 6:10
we hebben verdriet maar toch zijn we altijd verheugd, we zijn arm maar toch maken we velen rijk, we bezitten niets maar toch hebben we alles.
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
Handelingen 4:7
Nadat ze Petrus en Johannes in het midden hadden doen plaatsnemen, begonnen ze het verhoor met de vraag: ‘Door welke kracht of in wiens naam hebt u die daad verricht?’
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
1 Korinthe 4:11
Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos,
Gerelateerd aan Handelingen 3:6
Handelingen 19:13
Ook enkele rondtrekkende Joodse geestenbezweerders probeerden boze geesten uit te drijven door het uitspreken van de naam van de Heer Jezus. Ze zeiden: ‘Ik bezweer jullie bij Jezus, die door Paulus wordt verkondigd!’