Handelingen 23:31-35

SV

31De krijgsknechten dan, gelijk hun bevolen was, namen Paulus, en brachten hem des nachts tot Antipatris.
32En des anderen daags, latende de ruiters met hem trekken, keerden zij wederom naar de legerplaats.
33Dewelken als zij te Cesarea gekomen waren, en den brief den stadhouder overgeleverd hadden, hebben zij ook Paulus voor hem gesteld.
34En de stadhouder, den brief gelezen hebbende, vraagde, uit wat provincie hij was; en verstaande, dat hij van Cilicie was,
35Zeide hij: Ik zal u horen, als ook uw beschuldigers hier zullen gekomen zijn. En hij beval, dat hij in het rechthuis van Herodes zou bewaard worden.

KJV

31Then the soldiers, as it was commanded them, took Paul, and brought him by night to Antipatris.
32On the morrow they left the horsemen to go with him, and returned to the castle:
33Who, when they came to Caesarea, and delivered the epistle to the governor, presented Paul also before him.
34And when the governor had read the letter, he asked of what province he was. And when he understood that he was of Cilicia;
35I will hear thee, said he, when thine accusers are also come. And he commanded him to be kept in Herod's judgment hall.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.