Gerelateerd aan Handelingen 15:39

Gerelateerd aan Handelingen 15:39

Kolossensen 4:10

Aristarchus, mijn medegevangene, Barnabas' neef Marcus (over wie u al instructies hebt gekregen: ontvang hem gastvrij wanneer hij bij u komt)
Gerelateerd aan Handelingen 15:39

Handelingen 4:36

Een van hen was Josef, een Leviet uit Cyprus, die van de apostelen de bijnaam Barnabas had gekregen, wat in onze taal ‘zoon van de vertroosting’ betekent.
Gerelateerd aan Handelingen 15:39

Jakobus 3:2

En hoe vaak struikelen we niet allemaal! Wie nooit struikelt in het spreken kan zich een volmaakt mens noemen, die in staat is om zelfs het hele lichaam in toom te houden.
Gerelateerd aan Handelingen 15:39

Romeinen 7:18

Immers, ik besef dat in mij, in mijn eigen natuur, het goede niet aanwezig is. Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet.
Gerelateerd aan Handelingen 15:39

Prediker 7:20

Er is geen mens op aarde die nooit zondigt, die alleen maar goed is en altijd rechtvaardig.
Gerelateerd aan Handelingen 15:39

Handelingen 11:20

Enkele Cyprioten en Cyreneeërs onder hen, die naar Antiochië waren gereisd, maakten daar echter ook de Griekse bevolking bekend met het evangelie van de Heer Jezus.
Gerelateerd aan Handelingen 15:39

Handelingen 6:1

Toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de Arameessprekenden verweten dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld.
Gerelateerd aan Handelingen 15:39

Handelingen 13:4

Zo werden Barnabas en Saulus uitgezonden door de heilige Geest. Ze gingen eerst naar Seleucië en van daar per schip naar Cyprus,
Gerelateerd aan Handelingen 15:39

Handelingen 27:4

Nadat we uit Sidon vertrokken waren hadden we met veel tegenwind te kampen, en daarom voeren we om Cyprus heen.
Gerelateerd aan Handelingen 15:39

Handelingen 15:2

Dit leidde tot grote onenigheid met Paulus en Barnabas en mondde uit in een felle woordenstrijd. Besloten werd dat Paulus en Barnabas, samen met enkele andere leerlingen, naar Jeruzalem zouden gaan om deze kwestie voor te leggen aan de apostelen en de oudsten.