Gerelateerd aan Handelingen 15:29
Gerelateerd aan Handelingen 15:29
Handelingen 15:20
maar dat we hun moeten schrijven dat ze zich dienen te onthouden van wat door de afgodendienst bezoedeld is, van ontucht, van vlees waar nog bloed in zit en van het bloed zelf.
Gerelateerd aan Handelingen 15:29
Handelingen 21:25
Wat betreft de heidenen die het geloof hebben aanvaard, hen hebben we schriftelijk op de hoogte gesteld van onze beslissing dat ze zich in acht moeten nemen voor vlees dat bij de afgodendienst is gebruikt, voor bloed, voor vlees waar nog bloed in zit, en voor ontucht.’
Gerelateerd aan Handelingen 15:29
Openbaring 2:20
Maar dit heb ik tegen u: u laat die Izebel, die zichzelf profetes noemt, haar gang gaan terwijl ze mijn dienaren met haar uitspraken tot ontucht en het eten van heidens offervlees verleidt.
Gerelateerd aan Handelingen 15:29
Openbaring 2:14
Maar enkele dingen heb ik tegen u: sommigen houden vast aan de leer van Bileam, die Balak liet weten hoe hij voor de Israëlieten een val moest opzetten, waardoor ze heidens offervlees zouden gaan eten en ontucht zouden plegen.
Gerelateerd aan Handelingen 15:29
1 Korinthe 10:18
Kijkt u eens naar het volk van Israël. Hebben tempeldienaars die van de offers eten niet eveneens deel aan hetgeen geofferd wordt?
Gerelateerd aan Handelingen 15:29
Romeinen 14:20
Breek het werk van God niet af omwille van wat u eet. Weliswaar is alle voedsel rein, maar het is verkeerd om iets te eten dat iemand aanstoot geeft.
Gerelateerd aan Handelingen 15:29
Leviticus 17:14
want het bloed is de levenskracht van elk levend wezen. Daarom heb ik tegen de Israëlieten gezegd: 'Vlees met bloed erin mag je niet eten, want het bloed is de levenskracht van elk levend wezen, en ieder die ervan eet zal worden uitgestoten.'
Gerelateerd aan Handelingen 15:29
2 Korinthe 11:9
Maar tijdens mijn verblijf bij u heb ik niemand om hulp gevraagd toen ik in geldnood kwam; het zijn de broeders uit Macedonië geweest die me hebben geholpen. Ik heb er altijd voor gewaakt u iets te kosten, en zal dat blijven doen.
Gerelateerd aan Handelingen 15:29
1 Timotheüs 5:22
Leg iemand niet te snel de handen op, maak jezelf niet medeverantwoordelijk voor zijn zonden, zorg ervoor dat je rein blijft.
Gerelateerd aan Handelingen 15:29
1 Johannes 5:21
Kinderen, wees op uw hoede voor de afgoden.
Gerelateerd aan Handelingen 15:29
Jakobus 1:27
Voor God, de Vader, is alleen dit reine, zuivere godsdienst: weduwen en wezen bijstaan in hun nood, en je in acht nemen voor de wereld en onberispelijk blijven.
Gerelateerd aan Handelingen 15:29
2 Korinthe 13:11
Tot slot, broeders en zusters, groet ik u. Beter uw leven, neem mijn vermaningen ter harte, wees eensgezind, leef in vrede met elkaar-dan zal de God van de liefde en de vrede met u zijn.
Gerelateerd aan Handelingen 15:29
Romeinen 14:14
Omdat ik één ben met de Heer Jezus weet ik, en ben ik ervan overtuigd, dat niets op zichzelf onrein is, maar dat iets onrein is voor wie het als onrein beschouwt.
Gerelateerd aan Handelingen 15:29
Judas 1:24
(24-25) De enige God, die de macht heeft u voor struikelen te behoeden en u onberispelijk en juichend van vreugde voor zijn majesteit te laten verschijnen, die ons redt door Jezus Christus, onze Heer, hem behoort de luister, de majesteit, de kracht en de macht, vóór alle eeuwigheid, nu en tot in alle eeuwigheid. Amen.
Gerelateerd aan Handelingen 15:29
Judas 1:20
Maar u, geliefde broeders en zusters, moet uw leven bouwen op het fundament van uw zeer heilige geloof. Laat u bij het bidden leiden door de heilige Geest,
Gerelateerd aan Handelingen 15:29
Handelingen 18:21
maar hij nam afscheid met de woorden: ‘Ik zal later bij jullie terugkomen, als God het wil.’ Zo vertrok hij uit Efeze.
Gerelateerd aan Handelingen 15:29
Lukas 9:61
Weer een ander zei: ‘Ik zal u volgen, Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.’
Gerelateerd aan Handelingen 15:29
Handelingen 23:30
Ik werd er vervolgens van op de hoogte gesteld dat er een aanslag tegen hem werd beraamd, waarna ik hem onmiddellijk naar u heb gezonden. Ook heb ik degenen die hem beschuldigen gelast dat ze hun grieven jegens hem aan u moeten voorleggen.’