Gerelateerd aan Handelingen 13:8

Gerelateerd aan Handelingen 13:8

Handelingen 13:6

Ze reisden het hele eiland rond tot ze in Pafos kwamen, waar ze een Joodse magiër aantroffen, een valse profeet die Barjesus heette
Gerelateerd aan Handelingen 13:8

2 Timotheüs 3:8

Zoals Jannes en Jambres zich tegen Mozes hebben verzet, zo verzetten deze dwaalleraren zich tegen de waarheid. Het zijn mensen met een zieke geest en een onbetrouwbaar geloof.
Gerelateerd aan Handelingen 13:8

Handelingen 8:9

Voordien had een zekere Simon in de stad magie bedreven en de bevolking versteld doen staan. Hij beweerde over bijzondere gaven te beschikken,
Gerelateerd aan Handelingen 13:8

Handelingen 9:36

In Joppe woonde een leerlinge die Tabita heette, in onze taal is dat Dorkas. Ze deed veel goeds voor anderen en gaf vaak aalmoezen.
Gerelateerd aan Handelingen 13:8

Jeremia 29:24

De HEER richtte zich tot Jeremia met de opdracht om Semaja, de Nechelamiet, het volgende te zeggen:
Gerelateerd aan Handelingen 13:8

Johannes 1:41

Vlak daarna kwam hij zijn broer Simon tegen, en hij zei tegen hem: ‘Wij hebben de messias gevonden’ (dat is Christus, ‘gezalfde’),
Gerelateerd aan Handelingen 13:8

Handelingen 13:12

Toen de proconsul dit zag, aanvaardde hij het geloof, diep onder de indruk als hij was van wat hij over de Heer had geleerd.
Gerelateerd aan Handelingen 13:8

1 Koningen 22:24

Sidkia, de zoon van Kenaäna, kwam op Micha af en sloeg hem in zijn gezicht. 'Wilt u soms beweren dat de geest van de HEER van mij naar u is overgestoken om tegen u te spreken?' vroeg hij.
Gerelateerd aan Handelingen 13:8

Jeremia 28:10

Chananja nam toen het juk van Jeremia’s nek, brak het in stukken
Gerelateerd aan Handelingen 13:8

Exodus 7:11

De farao liet op zijn beurt de geleerden en tovenaars komen, en deze Egyptische magiërs bereikten met hun toverformules hetzelfde.
Gerelateerd aan Handelingen 13:8

2 Timotheüs 4:14

Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaad gedaan; de Heer zal hem zijn verdiende loon geven.
Gerelateerd aan Handelingen 13:8

Jeremia 28:1

In datzelfde jaar, in de vijfde maand van het vierde regeringsjaar van koning Sedekia van Juda, zei de profeet Chananja uit Gibeon, de zoon van Azzur, in de tempel van de HEER ten overstaan van de priesters en alle andere aanwezigen tegen mij:
Gerelateerd aan Handelingen 13:8

Handelingen 6:7

Het woord van God vond steeds meer gehoor, zodat het aantal leerlingen in Jeruzalem sterk groeide; ook een grote groep priesters aanvaardde het geloof.