Handelingen 10:34-43

SV

34En Petrus, den mond opendoende, zeide: Ik verneem in der waarheid, dat God geen aannemer des persoons is;
35Maar in allen volke, die Hem vreest en gerechtigheid werkt, is Hem aangenaam.
36Dit is het woord, dat Hij gezonden heeft den kinderen Israels, verkondigende vrede door Jezus Christus; deze is een Heere van allen.
37Gijlieden weet de zaak, die geschied is door geheel Judea, beginnende van Galilea, na den doop, welken Johannes gepredikt heeft;
38Belangende Jezus van Nazareth, hoe Hem God gezalfd heeft met den Heiligen Geest en met kracht; Welke het land doorgegaan is, goeddoende, en genezende allen, die van den duivel overweldigd waren; want God was met Hem.
39En wij zijn getuigen van al hetgeen Hij gedaan heeft, beide in het Joodse land en te Jeruzalem; Welken zij gedood hebben, Hem hangende aan het hout.
40Dezen heeft God opgewekt ten derden dage, en gegeven, dat Hij openbaar zou worden;
41Niet al den volke, maar den getuigen, die van God te voren verkoren waren, ons namelijk, die met Hem gegeten en gedronken hebben, nadat Hij uit de doden opgestaan was.
42En heeft ons geboden den volke te prediken, en te betuigen, dat Hij is Degene, Die van God verordend is tot een Rechter van levenden en doden.
43Dezen geven getuigenis al de profeten, dat een iegelijk, die in Hem gelooft, vergeving der zonden ontvangen zal door Zijn Naam.

KJV

34Then Peter opened his mouth, and said, Of a truth I perceive that God is no respecter of persons:
35But in every nation he that feareth him, and worketh righteousness, is accepted with him.
36The word which God sent unto the children of Israel, preaching peace by Jesus Christ: (he is Lord of all:)
37That word, I say, ye know, which was published throughout all Judaea, and began from Galilee, after the baptism which John preached;
38How God anointed Jesus of Nazareth with the Holy Ghost and with power: who went about doing good, and healing all that were oppressed of the devil; for God was with him.
39And we are witnesses of all things which he did both in the land of the Jews, and in Jerusalem; whom they slew and hanged on a tree:
40Him God raised up the third day, and shewed him openly;
41Not to all the people, but unto witnesses chosen before of God, even to us, who did eat and drink with him after he rose from the dead.
42And he commanded us to preach unto the people, and to testify that it is he which was ordained of God to be the Judge of quick and dead.
43To him give all the prophets witness, that through his name whosoever believeth in him shall receive remission of sins.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.