Gerelateerd aan Habakuk 2:15

Gerelateerd aan Habakuk 2:15

Jeremia 51:7

Babel was een gouden beker in de hand van de HEER, een beker die de hele wereld dronken voerde. Alle volken dronken van de wijn, daardoor zijn ze zo waanzinnig.
Gerelateerd aan Habakuk 2:15

Genesis 9:22

Toen Cham, de vader van Kanaän, zag dat zijn vader naakt was, vertelde hij dat aan zijn twee broers, die buiten waren.
Gerelateerd aan Habakuk 2:15

Openbaring 17:6

Ik zag dat de vrouw dronken was van het bloed van de heiligen en het bloed van hen die van Jezus hadden getuigd. Ik was ontzet toen ik haar zag.
Gerelateerd aan Habakuk 2:15

Openbaring 18:3

Alle volken hebben door haar ontucht de wijn van haar wellust gedronken, de koningen op aarde hebben ontucht met haar gepleegd en de handelaars op aarde zijn van haar overvloedige weelde rijk geworden.'
Gerelateerd aan Habakuk 2:15

Openbaring 17:2

De koningen op aarde hebben ontucht met haar gepleegd, en de mensen die op aarde leven hebben zich bedronken aan de wijn van haar ontucht.'
Gerelateerd aan Habakuk 2:15

2 Samuel 11:13

nodigde David hem bij zich aan tafel en voerde hem dronken. Toch ging Uria 's avonds niet naar huis, maar legde zich opnieuw te slapen bij de knechten van zijn heer.
Gerelateerd aan Habakuk 2:15

Jeremia 25:15

Vervolgens zei de HEER, de God van Israël, tegen mij: ‘Neem deze beker van mij aan en laat daaruit alle volken waarheen ik je zend de wijn van mijn woede drinken.
Gerelateerd aan Habakuk 2:15

2 Samuel 13:26

Toen zei Absalom: 'Als u niet wilt komen, laat dan mijn broer Amnon met ons meegaan.' 'Waarom dan toch?' vroeg de koning,
Gerelateerd aan Habakuk 2:15

Genesis 19:32

Laten we daarom onze vader dronken voeren en met hem slapen; dan kunnen we kinderen krijgen van onze vader.’
Gerelateerd aan Habakuk 2:15

Hosea 7:5

Op de feestdag van onze koning verhitten ze de leiders met wijn tot die er ziek van worden, en intussen schudt de koning die verraders de hand!
Gerelateerd aan Habakuk 2:15

Exodus 32:25

Mozes begreep dat het volk zich had laten gaan omdat Aäron niet ingegrepen had, en dat hun vijanden daarom de spot met hen zouden drijven.