Gerelateerd aan Genesis 49:7
Gerelateerd aan Genesis 49:7
Jozua 19:1
Het tweede lot viel op de stam Simeon. Het grondgebied dat aan de families van deze stam werd toegewezen, lag binnen het gebied van Juda.
Gerelateerd aan Genesis 49:7
1 Kronieken 4:24
Zonen van Simeon: Nemuël, Jamin, Jarib, Zerach en Saül.
Gerelateerd aan Genesis 49:7
1 Kronieken 6:65
(6:50) Uit de stamgebieden van Juda, Simeon en Benjamin werden hun door loting de hierboven genoemde steden toegewezen.
Gerelateerd aan Genesis 49:7
Spreuken 27:3
Een steen is zwaar, het zand is een last, zwaarder dan beide drukt de ergernis over een dwaas.
Gerelateerd aan Genesis 49:7
2 Samuel 13:15
Meteen welde een diepe haat in Amnon op. Hij haatte haar zelfs meer dan hij haar eerst had liefgehad. 'Sta op, ga weg!' beet hij haar toe.
Gerelateerd aan Genesis 49:7
Jozua 21:1
De familiehoofden van de Levieten kwamen in Silo, in Kanaän, bij de priester Eleazar, bij Jozua, de zoon van Nun, en bij de stamhoofden van Israël.
Gerelateerd aan Genesis 49:7
Spreuken 26:24
Al verbloemt iemand zijn haat met mooie woorden, hij is een en al bedrog.
Gerelateerd aan Genesis 49:7
2 Samuel 13:22
Absalom sprak er niet met Amnon over, er viel tussen hen geen onvertogen woord, maar hij haatte hem omdat hij zijn zuster Tamar had onteerd.
Gerelateerd aan Genesis 49:7
1 Kronieken 4:39
trokken ze naar Gedor, en van daar oostwaarts de vallei in, om nieuwe weidegronden te zoeken voor hun schapen en geiten.