SV
5Simeon en Levi zijn gebroeders! hun handelingen zijn werktuigen van geweld!
6Mijn ziel kome niet in hun verborgen raad; mijn eer worde niet verenigd met hun vergadering! want in hun toorn hebben zij de mannen doodgeslagen, en in hun moedwil hebben zij de ossen weggerukt.
7Vervloekt zij hun toorn, want hij is heftig; en hun verbolgenheid, want zij is hard! ik zal hen verdelen onder Jakob, en zal hen verstrooien onder Israel.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637