Gerelateerd aan Genesis 48:9
Gerelateerd aan Genesis 48:9
Genesis 27:4
Maak dat voor me klaar zoals ik het lekker vind en breng me dat te eten; het zal mij de kracht geven om je te zegenen voordat ik sterf.’
Gerelateerd aan Genesis 48:9
Genesis 33:5
Toen Esau opkeek en de vrouwen en kinderen zag, vroeg hij: ‘Wie heb je daar bij je?’ Jakob antwoordde: ‘Dat zijn de kinderen die God in zijn goedheid aan mij, je dienaar, heeft geschonken.’
Gerelateerd aan Genesis 48:9
Hebreeën 11:21
Door zijn geloof kon Jakob op zijn sterfbed de beide zonen van Jozef zegenen; daarna knielde hij neer, steunend op de greep van zijn stok.
Gerelateerd aan Genesis 48:9
Genesis 30:2
Jakob werd kwaad en antwoordde: ‘Ik ben toch zeker God niet? Híj onthoudt jou het moederschap!’
Gerelateerd aan Genesis 48:9
Jesaja 56:3
De vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden, laat hij niet zeggen: ‘De HEER zondert mij zeker af van zijn volk.’ En laat de eunuch niet zeggen: ‘Ik ben maar een dorre boom.’
Gerelateerd aan Genesis 48:9
1 Kronieken 25:5
Zij waren de zonen van Heman, de ziener van de koning, die de woorden van God kon duiden en ze kracht bijzetten. (God schonk Heman veertien zonen en drie dochters.)
Gerelateerd aan Genesis 48:9
1 Samuel 2:20
Eli zegende Elkana en zijn vrouw met de woorden: 'Moge de HEER u bij deze vrouw nog andere kinderen geven, in plaats van de jongen die zij aan de HEER heeft afgestaan.' Dan gingen ze weer terug naar huis.
Gerelateerd aan Genesis 48:9
Psalmen 127:3
Kinderen zijn een geschenk van de HEER, de vrucht van de schoot is een beloning van God.
Gerelateerd aan Genesis 48:9
Genesis 27:28
God geve je dauw uit de hemel en vette, vruchtbare aarde, een overvloed van koren en wijn.
Gerelateerd aan Genesis 48:9
Genesis 28:3
God, de Ontzagwekkende, moge je zegenen, je vruchtbaar maken en je veel nakomelingen geven, zodat er een groot aantal volken uit je voortkomt.
Gerelateerd aan Genesis 48:9
1 Samuel 1:27
Om deze zoon heb ik gebeden, en de HEER heeft mij gegeven waar ik om heb gevraagd.
Gerelateerd aan Genesis 48:9
Genesis 27:34
Toen Esau dat van zijn vader hoorde, slaakte hij een wilde, wanhopige kreet en hij smeekte zijn vader: ‘Zegen mij, zegen ook mij, vader!’
Gerelateerd aan Genesis 48:9
1 Samuel 1:20
Hanna werd zwanger en na verloop van tijd baarde ze een zoon. Ze noemde hem Samuël, 'want, 'verklaarde ze, 'ik heb hem aan de HEER gevraagd.'
Gerelateerd aan Genesis 48:9
Deuteronomium 33:1
Dit is de zegen die Mozes, de godsman, uitsprak over de stammen van Israël, voor hij stierf.
Gerelateerd aan Genesis 48:9
1 Kronieken 26:4
Obed-Edom had de volgende zonen: Semaja, de oudste, Jozabad, de tweede, Joach, de derde, Sachar, de vierde, Netanel, de vijfde,
Gerelateerd aan Genesis 48:9
Genesis 49:28
Dit waren alle stammen van Israël, twaalf in getal, en met deze woorden gaf hun vader elk van hen een eigen zegen.
Gerelateerd aan Genesis 48:9
Ruth 4:11
'Ja, 'zeiden de oudsten en allen die bij de poort aanwezig waren, 'daarvan zijn wij getuige. De HEER geve dat de vrouw die in uw huis komt zal zijn als Rachel en Lea, die beiden het huis van Israël groot hebben gemaakt, zodat ook u groot zult zijn in Efrata en uw naam in Betlehem zal voortbestaan.
Gerelateerd aan Genesis 48:9
Jesaja 8:18
Ik ben, met de kinderen die de HEER mij heeft gegeven, een teken voor Israël, een zinnebeeld van de HEER van de hemelse machten, die op de Sion woont.