Gerelateerd aan Genesis 48:17

Gerelateerd aan Genesis 48:17

Genesis 48:14

Maar Israël kruiste zijn handen: zijn rechterhand legde hij op het hoofd van Efraïm, hoewel die de jongste was, en zijn linkerhand legde hij op het hoofd van Manasse, hoewel die de oudste was.
Gerelateerd aan Genesis 48:17

1 Koningen 16:25

Omri deed wat slecht is in de ogen van de HEER; zijn gedrag was nog erger dan dat van zijn voorgangers.
Gerelateerd aan Genesis 48:17

Romeinen 9:7

niet alle nakomelingen van Abraham zijn ook werkelijk zijn kinderen. Er staat immers geschreven: 'Alleen de nakomelingen van Isaak zullen gelden als jouw nageslacht.'
Gerelateerd aan Genesis 48:17

Numeri 22:34

Bileam zei tegen de engel van de HEER: 'Ik heb gezondigd, want ik wist niet dat u mij de weg versperde. Maar als wat ik doe slecht is in uw ogen, ga ik terug naar huis.'
Gerelateerd aan Genesis 48:17

Numeri 11:1

Het volk begon de HEER zijn nood te klagen. Toen de HEER dat hoorde ontstak hij in woede, en het vuur van de HEER laaide op en greep om zich heen aan de rand van het kamp.
Gerelateerd aan Genesis 48:17

Genesis 38:10

Wat hij deed was slecht in de ogen van de HEER, en daarom liet de HEER ook hem sterven.
Gerelateerd aan Genesis 48:17

Spreuken 24:18

Want de HEER ziet het en keurt het af, en laat zijn woede op je vijand varen.
Gerelateerd aan Genesis 48:17

1 Samuel 16:7

Maar de HEER zei tegen Samuël: 'Ga niet af op zijn voorkomen en zijn rijzige gestalte. Ik heb hem afgewezen. Het gaat niet om wat de mens ziet: de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de HEER kijkt naar het hart.'
Gerelateerd aan Genesis 48:17

Romeinen 9:11

(11-12) en al voor ze geboren waren en nog niets goeds of slechts hadden gedaan, werd haar gezegd: 'De oudste zal de jongste dienen.' Gods besluit blijft namelijk van kracht: God kiest een mens niet uit op grond van zijn daden, maar omdat hij hem roept.
Gerelateerd aan Genesis 48:17

1 Kronieken 21:7

Het was slecht in Gods ogen dat dit was gebeurd, daarom strafte hij Israël.
Gerelateerd aan Genesis 48:17

Genesis 28:8

Hij zag wel in dat de Kanaänitische vrouwen in de ogen van zijn vader Isaak niet deugden.