Gerelateerd aan Genesis 47:7

Gerelateerd aan Genesis 47:7

Genesis 47:10

Toen nam Jakob met een zegenwens afscheid van de farao.
Gerelateerd aan Genesis 47:7

Genesis 35:27

Ten slotte kwam Jakob terug bij zijn vader Isaak in Mamre, bij Kirjat-Arba, dat nu Hebron heet, de woonplaats van Abraham en van Isaak.
Gerelateerd aan Genesis 47:7

2 Samuel 14:22

Joab knielde, boog diep voorover en zei: 'Ik dank u, mijn heer en koning, dat u mij goedgezind bent en mijn verzoek inwilligt.'
Gerelateerd aan Genesis 47:7

Lukas 22:19

En hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’
Gerelateerd aan Genesis 47:7

Exodus 12:32

Neem uw schapen, geiten en runderen mee, zoals u gevraagd hebt, en verdwijn! Maar bid dan ook voor mij om zegen.'
Gerelateerd aan Genesis 47:7

Jozua 14:13

Nadat Kaleb dit had gezegd, zegende Jozua hem en gaf hem Hebron als grondgebied.
Gerelateerd aan Genesis 47:7

2 Samuel 8:10

liet hij zijn zoon Joram zijn opwachting maken bij koning David en hem gelukwensen met zijn overwinning. Toï was namelijk in oorlog met Hadadezer. Joram had geschenken bij zich van goud, zilver en koper.
Gerelateerd aan Genesis 47:7

1 Koningen 1:47

Hovelingen kwamen onze heer, koning David, gelukwensen met de woorden: "Moge uw God de naam van Salomo nog groter maken dan uw naam en zijn troon nog machtiger dan de uwe." Hierop boog de koning diep voorover op zijn bed.
Gerelateerd aan Genesis 47:7

1 Samuel 2:20

Eli zegende Elkana en zijn vrouw met de woorden: 'Moge de HEER u bij deze vrouw nog andere kinderen geven, in plaats van de jongen die zij aan de HEER heeft afgestaan.' Dan gingen ze weer terug naar huis.
Gerelateerd aan Genesis 47:7

1 Petrus 2:17

Houd iedereen in ere, heb uw broeders en zusters lief, heb ontzag voor God en eerbiedig de keizer.
Gerelateerd aan Genesis 47:7

2 Samuel 19:39

(19:40) Ondertussen stak het leger de Jordaan over. Toen de koning aan de beurt was om over te steken, bedankte hij Barzillai en kuste hem vaarwel. Barzillai ging terug naar zijn woonplaats,
Gerelateerd aan Genesis 47:7

Numeri 6:23

'Zeg tegen Aäron en zijn zonen dat zij de Israëlieten met deze woorden moeten zegenen:
Gerelateerd aan Genesis 47:7

Mattheüs 26:26

Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.’
Gerelateerd aan Genesis 47:7

2 Koningen 4:29

Hierop zei Elisa tegen Gechazi: 'Neem mijn staf en ga er zo snel mogelijk naartoe. Als je iemand tegenkomt, groet hem dan niet. Als iemand jou groet, zeg dan niets terug. Je moet mijn staf op de jongen leggen.'