Gerelateerd aan Genesis 46

Gerelateerd aan Genesis 46:1

Genesis 28:13

Ook zag hij de HEER bij zich staan, die zei: ‘Ik ben de HEER, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak. Het land waarop je nu ligt te slapen zal ik aan jou en je nakomelingen geven.
Gerelateerd aan Genesis 46:1

Genesis 21:33

Abraham plantte in Berseba een tamarisk en riep er de naam van de HEER, de eeuwige God, aan.
Gerelateerd aan Genesis 46:1

Genesis 28:10

Jakob verliet dus Berseba en ging op weg naar Charan.
Gerelateerd aan Genesis 46:1

Genesis 31:42

Als de God van mijn vader, de God van Abraham, de God voor wie Isaak diep ontzag heeft-als die God mij niet geholpen had, dan had u mij nu met lege handen weggestuurd. Maar hij heeft gezien wat ik te verduren had en hoe hard ik heb gewerkt, en daarom heeft hij gisternacht rechtgesproken.’
Gerelateerd aan Genesis 46:1

Genesis 21:31

Omdat zij daar een eed zwoeren heet die plaats Berseba.
Gerelateerd aan Genesis 46:1

Genesis 21:14

De volgende morgen vroeg nam Abraham brood en een zak water, legde dat op Hagars schouder, gaf haar ook het kind mee en stuurde haar weg. Ze trok de woestijn van Berseba in en doolde daar rond.
Gerelateerd aan Genesis 46:1

Genesis 31:53

De God van Abraham en de God van Nachor, die ook de God van hun vader was, zal beoordelen wie van ons beiden in zijn recht staat.’ Jakob zwoer een eed bij de God voor wie zijn vader Isaak diep ontzag had.
Gerelateerd aan Genesis 46:1

Genesis 35:7

bouwde hij er een altaar; hij noemde die plaats ‘God is in Betel’, omdat God zich daar aan hem geopenbaard had toen hij op de vlucht was voor zijn broer.
Gerelateerd aan Genesis 46:1

Job 1:5

Nadat elk van zijn zonen zo'n feest had gegeven, liet Job hen bij zich komen voor een reinigingsritueel. Hij stond dan 's ochtends vroeg op om voor elk van hen een offer te brengen, want hij dacht bij zichzelf: Misschien hebben mijn kinderen wel gezondigd en God in hun hart vervloekt. Job deed dit telkens weer.
Gerelateerd aan Genesis 46:1

Genesis 4:4

Ook Abel bracht een offer; van de eerstgeboren dieren van zijn kudde koos hij de mooiste uit. De HEER merkte Abel en zijn offer op,
Gerelateerd aan Genesis 46:1

Genesis 12:8

Daarvandaan trok hij naar het bergland dat oostelijk van Betel ligt, en ergens ten oosten van Betel en ten westen van Ai sloeg hij zijn tent op. Hij bouwde er een altaar voor de HEER en riep er zijn naam aan.
Gerelateerd aan Genesis 46:1

Job 42:8

Welnu, neem elk zeven jonge stieren en zeven rammen, ga daarmee naar mijn dienaar Job, zodat jullie een offer kunnen brengen voor jezelf. Job, mijn dienaar, zal voor jullie bidden, want ik ben alleen hem goedgezind. Dan zal ik jullie niet blootstellen aan schande, ook al hebben jullie niet juist over mij gesproken, zoals mijn dienaar Job.'
Gerelateerd aan Genesis 46:1

Genesis 35:3

Laten we naar Betel gaan: daar wil ik een altaar bouwen voor de God die naar mij heeft omgezien toen ik diep in de ellende zat en die mij op mijn hele reis ter zijde heeft gestaan.’
Gerelateerd aan Genesis 46:1

Genesis 22:13

Toen Abraham opkeek, zag hij een ram die met zijn horens verstrikt was geraakt in de struiken. Hij pakte het dier en offerde dat in de plaats van zijn zoon.
Gerelateerd aan Genesis 46:1

1 Samuel 3:20

Daardoor kwam iedereen in Israël, van Dan tot Berseba, tot de erkenning dat Samuël door de HEER als profeet was aangewezen.
Gerelateerd aan Genesis 46:1

Genesis 33:20

Hij bouwde daar een altaar, dat hij ‘El is de God van Israël’ noemde.
Gerelateerd aan Genesis 46:1

Genesis 8:20

Noach bouwde een altaar voor de HEER; daarop bracht hij brandoffers van al het reine vee en alle reine vogels.
Gerelateerd aan Genesis 46:1

Genesis 26:22

Daarna trok hij verder, en weer groef hij een put. Hierover ontstond geen onenigheid. Hij noemde hem Rechobot, ‘want, ‘zei hij, ‘nu heeft de HEER ons ruimte gegeven in dit land en kunnen wij ons uitbreiden.’
Gerelateerd aan Genesis 46:2

Job 33:14

God antwoordt wel, op meer dan één manier, alleen merkt de mens het niet op.
Gerelateerd aan Genesis 46:2

Genesis 15:1

Enige tijd later richtte de HEER zich tot Abram in een visioen: ‘Wees niet bang, Abram: ikzelf zal jou als een schild beschermen. Je loon zal vorstelijk zijn.’
1
2
3
4
5
6
7
Volgende