Gerelateerd aan Genesis 46:10
Gerelateerd aan Genesis 46:10
Exodus 6:15
Zonen van Simeon: Jemuël, Jamin, Ohad, Jachin, Sochar en Saul, de zoon van een Kanaänitische. Dit waren de families die van Simeon afstamden.
Gerelateerd aan Genesis 46:10
Genesis 29:33
Ze werd opnieuw zwanger en bracht nog een zoon ter wereld. ‘De HEER heeft gehoord hoe weinig mijn man van me houdt; daarom heeft hij mij er nog een zoon bij gegeven, ‘zei ze, en ze noemde hem Simeon.
Gerelateerd aan Genesis 46:10
Numeri 1:6
uit Simeon Selumiël, de zoon van Surisaddai;
Gerelateerd aan Genesis 46:10
Numeri 26:12
Afstammelingen van Simeon, geordend naar geslacht: van Nemuël stamde het geslacht van de Nemuëlieten af, van Jamin het geslacht van de Jaminieten, van Jachin het geslacht van de Jachinieten,
Gerelateerd aan Genesis 46:10
1 Kronieken 2:1
Dit zijn de zonen van Israël: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issachar en Zebulon,
Gerelateerd aan Genesis 46:10
Genesis 28:1
Toen liet Isaak Jakob roepen, zegende hem en hield hem voor: ‘Trouw in geen geval een meisje uit Kanaän.
Gerelateerd aan Genesis 46:10
Numeri 2:12
Aan dezelfde kant slaat de stam Simeon zijn tenten op. Hun aanvoerder is Selumiël, de zoon van Surisaddai.
Gerelateerd aan Genesis 46:10
Numeri 1:22
Afstammelingen van Simeon, alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder, hoofdelijk geteld en met naam en toenaam geregistreerd, geordend naar geslacht en familie-
Gerelateerd aan Genesis 46:10
Genesis 49:5
Simeon en Levi zijn altijd samen, zij beramen niets dan geweld.
Gerelateerd aan Genesis 46:10
Genesis 34:25
Drie dagen later, toen de mannen van Sichem koortsig waren, pakten twee van Jakobs zonen, Simeon en Levi, die volle broers van Dina waren, hun zwaard en overvielen de stad, waar niemand op onraad bedacht was. Ze doodden alle mannen.
Gerelateerd aan Genesis 46:10
1 Kronieken 4:24
Zonen van Simeon: Nemuël, Jamin, Jarib, Zerach en Saül.
Gerelateerd aan Genesis 46:10
Genesis 34:30
Jakob maakte Simeon en Levi verwijten. ‘Jullie hebben mij in het ongeluk gestort, ‘zei hij, ‘want jullie hebben mij een slechte naam bezorgd bij de inwoners van dit land: de Kanaänieten en de Perizzieten. Ik heb maar een handjevol mannen, dus als ze met zijn allen tegen mij optrekken, zullen ze me verslaan en word ik met mijn hele familie vermoord.’