Gerelateerd aan Genesis 43:3
Gerelateerd aan Genesis 43:3
Genesis 44:23
Maar u zei tegen uw dienaren: “Als jullie jongste broer niet meekomt, wil ik jullie hier niet opnieuw zien.”
Gerelateerd aan Genesis 43:3
Genesis 43:5
Maar geeft u hem niet mee, dan gaan we niet, want die man heeft ons gezegd dat hij ons niet wil zien tenzij we onze broer meebrengen.’
Gerelateerd aan Genesis 43:3
Handelingen 20:38
Ze waren vooral zo ontdaan omdat hij gezegd had dat ze hem niet terug zouden zien. Toen deden ze hem uitgeleide naar het schip.
Gerelateerd aan Genesis 43:3
Genesis 42:33
Toen zei die man: “Bewijs me dat jullie eerlijke mensen zijn. Laat een van jullie bij me achter, ga naar huis, neem mee wat je nodig hebt om de honger van jullie gezinnen te stillen,
Gerelateerd aan Genesis 43:3
Genesis 42:15
We zullen de proef op de som nemen: jullie gaan hier niet vandaan tenzij jullie jongste broer hierheen komt, zo waar de farao leeft.
Gerelateerd aan Genesis 43:3
2 Samuel 14:24
Toen zei de koning: 'Laat hij rechtstreeks naar zijn huis gaan, want ontvangen zal ik hem niet.' Zo keerde Absalom naar huis terug, maar door de koning werd hij niet ontvangen.
Gerelateerd aan Genesis 43:3
Handelingen 20:25
Ik weet dat niemand van u, aan wie ik op mijn reizen het koninkrijk heb verkondigd, mij terug zal zien.
Gerelateerd aan Genesis 43:3
2 Samuel 3:13
David liet antwoorden: 'Goed, ik zal met u een verdrag sluiten, maar onder één voorwaarde: ik zal u alleen ontvangen als u Sauls dochter Michal voor me meebrengt.'
Gerelateerd aan Genesis 43:3
2 Samuel 14:32
Absalom antwoordde: 'Ik heb u laten roepen om u te vragen naar de koning te gaan en hem uit mijn naam te zeggen: "Waarom ben ik eigenlijk uit Gesur teruggekomen? Het was beter geweest als ik daar was gebleven. Ik wil nu dat u mij ontvangt. Als mij iets te verwijten valt, laat me dan ter dood brengen."'
Gerelateerd aan Genesis 43:3
2 Samuel 14:28
Toen Absalom twee jaar in Jeruzalem woonde zonder dat hij door de koning was ontvangen,
Gerelateerd aan Genesis 43:3
Handelingen 7:34
Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is en ik heb hun jammerklachten gehoord, zodat ik ben afgedaald om hen te bevrijden. Daarom stuur ik je nu naar Egypte.”