Gerelateerd aan Genesis 38
Gerelateerd aan Genesis 38:1
1 Samuel 22:1
David ging weer weg uit Gat en vond een veilig heenkomen in een grot in de buurt van Adullam. Toen zijn broers en zijn overige familieleden dat hoorden, voegden ze zich daar bij hem.
Gerelateerd aan Genesis 38:1
Micha 1:15
Opnieuw zal ik een bezetter sturen, bevolking van Maresa; Israëls leiders zullen naar Adullam vluchten.
Gerelateerd aan Genesis 38:1
Spreuken 13:20
Wie met wijzen omgaat, wordt zelf wijs, wie met dwazen verkeert, is er ellendig aan toe.
Gerelateerd aan Genesis 38:1
Jozua 15:35
Jarmut, Adullam, Socho, Azeka,
Gerelateerd aan Genesis 38:1
2 Samuel 23:13
Drie van de dertig hoofdmannen kwamen eens voor de oogst bij David, in de grot bij Adullam. In de vallei van Refaïm waren toen Filistijnse troepen gelegerd.
Gerelateerd aan Genesis 38:1
2 Koningen 4:8
Op zekere dag kwam Elisa door Sunem. Daar woonde een voorname vrouw die hem dringend uitnodigde om te komen eten. Van toen af aan ging hij elke keer als hij langs Sunem kwam bij haar eten.
Gerelateerd aan Genesis 38:1
Jozua 12:15
Libna, Adullam,
Gerelateerd aan Genesis 38:1
Spreuken 9:6
Wees niet langer zo onnozel, leef, en betreed de weg van het inzicht.'
Gerelateerd aan Genesis 38:1
Genesis 19:2
‘Heren, ‘zei hij, ‘komt u toch mee. Het huis van uw dienaar staat voor u open; overnacht daar en was er uw voeten. Dan kunt u morgenvroeg uw weg vervolgen.’ ‘Nee, dank u, ‘antwoordden ze, ‘we overnachten wel op het plein.’
Gerelateerd aan Genesis 38:1
Richteren 4:18
Jaël kwam hem tegemoet en zei: 'Kom binnen, heer, kom binnen. Wees niet bevreesd.' Hij ging bij haar de tent binnen en zij verborg hem onder een deken.
Gerelateerd aan Genesis 38:2
1 Kronieken 2:3
Zonen van Juda: Er, Onan en Sela. Deze drie zonen werden hem gebaard door Batsua uit Kanaän. Juda's oudste zoon Er was slecht in de ogen van de HEER, en daarom liet de HEER hem sterven.
Gerelateerd aan Genesis 38:2
Genesis 24:3
ik wil dat je me bij de HEER, de God van hemel en aarde, zweert dat je voor mijn zoon geen vrouw zult zoeken onder de Kanaänieten, tussen wie ik hier woon;
Gerelateerd aan Genesis 38:2
2 Samuel 11:2
Op een keer stond hij aan het eind van de middag op van zijn rustbed en liep wat heen en weer over het dak van het paleis. Beneden zag hij een vrouw die aan het baden was. Ze was heel mooi om te zien.
Gerelateerd aan Genesis 38:2
Genesis 34:2
Zij werd opgemerkt door Sichem, een van de zonen van de Chiwwiet Chamor, die over dat gebied heerste. Hij overweldigde en verkrachtte haar.
Gerelateerd aan Genesis 38:2
Genesis 6:2
De zonen van de goden zagen hoe mooi de dochters van de mensen waren, en ze kozen uit hen de vrouwen die ze maar wilden.
Gerelateerd aan Genesis 38:2
Genesis 46:12
Zonen van Juda: Er, Onan, Sela, Peres en Zerach. Er en Onan waren in Kanaän gestorven. Zonen van Peres: Chesron en Chamul.
Gerelateerd aan Genesis 38:2
Richteren 16:1
Op een keer was Simson in Gaza. Daar viel zijn oog op een hoer en hij ging bij haar naar binnen.
Gerelateerd aan Genesis 38:2
Genesis 6:4
In die tijd en ook daarna nog, zolang de zonen van de goden gemeenschap hadden met de dochters van de mensen en kinderen bij hen kregen, leefden de giganten op aarde. Dat zijn de befaamde helden uit het verre verleden.
Gerelateerd aan Genesis 38:2
2 Korinthe 6:14
Loop niet in een en hetzelfde span met ongelovigen. Wat is de verwantschap tussen gerechtigheid en wetteloosheid? Wat heeft licht met duisternis te maken?
Gerelateerd aan Genesis 38:2
Genesis 3:6
De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan.
1
2
3
4
5
6
7