Gerelateerd aan Genesis 38:7

Gerelateerd aan Genesis 38:7

1 Kronieken 2:3

Zonen van Juda: Er, Onan en Sela. Deze drie zonen werden hem gebaard door Batsua uit Kanaän. Juda's oudste zoon Er was slecht in de ogen van de HEER, en daarom liet de HEER hem sterven.
Gerelateerd aan Genesis 38:7

Genesis 46:12

Zonen van Juda: Er, Onan, Sela, Peres en Zerach. Er en Onan waren in Kanaän gestorven. Zonen van Peres: Chesron en Chamul.
Gerelateerd aan Genesis 38:7

Numeri 26:19

Zonen van Juda: Er en Onan. Zowel Er als Onan was in Kanaän gestorven.
Gerelateerd aan Genesis 38:7

Genesis 13:13

de mensen daar waren slecht, ze zondigden zwaar tegen de HEER.
Gerelateerd aan Genesis 38:7

Genesis 19:13

Wij staan namelijk op het punt deze stad te verwoesten: er zijn zulke ernstige beschuldigingen tegen haar ingebracht dat de HEER ons hierheen heeft gestuurd om haar te verwoesten.’
Gerelateerd aan Genesis 38:7

Psalmen 55:23

(55:24) Maar hen, God, doet u neerdalen in de kuil der ontbinding. Die mannen van bloed en bedrog-zij zullen hun leven niet half voltooien, maar ik, ik vestig mijn hoop op u.
Gerelateerd aan Genesis 38:7

2 Kronieken 33:6

Hij verbrandde zijn zonen als offer in het Hinnomdal en liet zich in met wolkenschouwerij, wichelarij, magie, geestenbezwering en waarzeggerij. Hij tergde de HEER door voortdurend te doen wat slecht is in zijn ogen.
Gerelateerd aan Genesis 38:7

Genesis 6:8

Alleen Noach vond bij de HEER genade.