Gerelateerd aan Genesis 38:14
Gerelateerd aan Genesis 38:14
Genesis 38:26
Juda herkende ze en zei: ‘Zij is onschuldig maar ik niet, want ik heb haar niet aan mijn zoon Sela gegeven.’ Hij had geen tweede keer gemeenschap met haar.
Gerelateerd aan Genesis 38:14
Genesis 38:11
Toen zei Juda tegen zijn schoondochter Tamar: ‘Nu je opnieuw weduwe bent, moet je maar weer bij je vader gaan wonen, totdat mijn zoon Sela volwassen is.’ Hij dacht namelijk: Ik moet voorkomen dat hij ook sterft, net als zijn broers. En Tamar ging weer bij haar vader wonen.
Gerelateerd aan Genesis 38:14
Spreuken 7:12
loopt ze nu eens in de straten, dan weer op de pleinen, op elke straathoek staat ze op de loer.
Gerelateerd aan Genesis 38:14
Genesis 24:65
‘Wie is die man die ons daar in het veld tegemoet komt?’ vroeg ze aan de knecht. ‘Dat is mijn meester, ‘antwoordde hij. Daarop bedekte ze zich met haar sluier.
Gerelateerd aan Genesis 38:14
Jeremia 3:2
Kijk naar de kale heuvels, waar ben je níet beslapen? Je wachtte je minnaars op langs de weg, zoals een rover wacht in de woestijn. Je hebt dit land besmeurd met je overspel, je schandelijk gedrag.