Gerelateerd aan Genesis 36:6
Gerelateerd aan Genesis 36:6
Genesis 25:23
De HEER zei tegen haar: ‘Twee volken zijn er in je schoot, volken die uiteengaan nog voor je hebt gebaard. Het ene zal machtiger zijn dan het andere, de oudste zal de jongste dienen.’
Gerelateerd aan Genesis 36:6
Genesis 13:6
Beiden bezaten zo veel vee dat er te weinig land was om bij elkaar te blijven wonen.
Gerelateerd aan Genesis 36:6
Genesis 28:4
Moge hij jou en je nakomelingen de zegen van Abraham geven, zodat je het land waar je nu nog als vreemdeling woont en dat God aan Abraham heeft gegeven, in bezit krijgt.’
Gerelateerd aan Genesis 36:6
Ezechiel 27:13
De kooplieden van Griekenland, Tubal en Mesech gaven je voor je handelswaar slaven en bronzen voorwerpen.
Gerelateerd aan Genesis 36:6
Openbaring 18:13
kaneel en kardemom, reukwerk en balsem, wierook, wijn en olijfolie, meel en tarwe, runderen en schapen, paarden en wagens, slaven en lijfeigenen.
Gerelateerd aan Genesis 36:6
Genesis 32:3
(32:4) Jakob stuurde boden vooruit naar zijn broer Esau in Seïr, het gebied van Edom,
Gerelateerd aan Genesis 36:6
Genesis 17:8
Heel Kanaän, het land waar je nu als vreemdeling woont, zal ik jou en je nakomelingen voor altijd in bezit geven, en ik zal hun God zijn.’
Gerelateerd aan Genesis 36:6
Genesis 13:11
Daarom koos Lot voor zichzelf de Jordaanvallei en trok in oostelijke richting. Zo gingen ze uiteen.