Gerelateerd aan Genesis 35:10
Gerelateerd aan Genesis 35:10
Genesis 17:5
Je zult voortaan niet meer Abram heten maar Abraham, want ik maak je de vader van vele volken.
Gerelateerd aan Genesis 35:10
Genesis 17:15
Verder zei God tegen Abraham: ‘Wat je vrouw Sarai betreft, voortaan moet je haar niet Sarai noemen maar Sara.
Gerelateerd aan Genesis 35:10
Genesis 32:27
(32:28) De ander vroeg: ‘Hoe luidt je naam?’ ‘Jakob, ‘antwoordde hij.
Gerelateerd aan Genesis 35:10
1 Koningen 18:31
Hij nam twaalf stenen, evenveel als het aantal stammen van Israël, de nakomelingen van de zonen van Jakob, tot wie de HEER had gezegd: 'Israël is je nieuwe naam.'
Gerelateerd aan Genesis 35:10
2 Koningen 17:34
Ook de Israëlieten zelf vervielen telkens opnieuw in hun oude gewoonten en doen dat tot op de dag van vandaag: ze vereren de HEER niet en houden zich niet aan de voorschriften, regels, wetten en geboden die de HEER heeft opgelegd aan de nakomelingen van Jakob, aan wie hij de naam Israël heeft gegeven.