Gerelateerd aan Genesis 34:30
Gerelateerd aan Genesis 34:30
Jozua 7:25
Jozua zei: 'Jij hebt ons in het ongeluk gestort! Daarom zal de HEER jou vandaag in het ongeluk storten.' Hij en al de zijnen werden door heel Israël gestenigd en verbrand.
Gerelateerd aan Genesis 34:30
Exodus 5:21
'Moge de HEER u hiervoor straffen!' zeiden de opzichters tegen hen. 'U hebt ons bij de farao en zijn dienaren een slechte naam bezorgd. U hebt hun een zwaard in handen gegeven om ons te doden.'
Gerelateerd aan Genesis 34:30
1 Samuel 13:4
Israël heeft de Filistijnen vernederd doordat Saul een van hun wachtposten verslagen heeft!' Het volk werd opgeroepen om zich in Gilgal bij Saul aan te sluiten.
Gerelateerd aan Genesis 34:30
Psalmen 105:12
Toen zij daar nog maar korte tijd waren, een handjevol vreemdelingen,
Gerelateerd aan Genesis 34:30
Genesis 28:13
Ook zag hij de HEER bij zich staan, die zei: ‘Ik ben de HEER, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak. Het land waarop je nu ligt te slapen zal ik aan jou en je nakomelingen geven.
Gerelateerd aan Genesis 34:30
Genesis 49:5
Simeon en Levi zijn altijd samen, zij beramen niets dan geweld.
Gerelateerd aan Genesis 34:30
1 Samuel 27:12
Achis kreeg vertrouwen in hem en dacht bij zichzelf: Bij zijn landgenoten heeft hij het nu vast en zeker verbruid. Voortaan zal hij mij dienen.
Gerelateerd aan Genesis 34:30
1 Kronieken 19:6
De Ammonieten beseften dat ze zich bij David onmogelijk hadden gemaakt. Daarom stuurden Chanun en de Ammonieten duizend talent zilver naar de Arameeërs van Naharaïm, Maächa en Soba om strijdwagens en wagenmenners te huren.
Gerelateerd aan Genesis 34:30
Genesis 13:7
Hierdoor ontstond er ruzie tussen de herders van Abrams vee en de herders van Lots vee, en ook woonden in die tijd de Kanaänieten en de Perizzieten nog in het land.
Gerelateerd aan Genesis 34:30
1 Kronieken 16:19
terwijl jullie daar nog maar korte tijd waren, een handjevol vreemdelingen,
Gerelateerd aan Genesis 34:30
Deuteronomium 7:7
Het is niet omdat u talrijker was dan de andere volken dat hij u lief kreeg en uitkoos-u was het kleinste van allemaal!
Gerelateerd aan Genesis 34:30
2 Samuel 10:6
De Ammonieten beseften dat ze zich bij David onmogelijk hadden gemaakt. Daarom wierven ze huurlingen: twintigduizend man voetvolk bij de Arameeërs van Rechob en Soba, duizend man bij de koning van Maächa en nog eens twaalfduizend bij Is-Tob.
Gerelateerd aan Genesis 34:30
1 Samuel 16:2
'Hoe kan ik dat nu doen?' wierp Samuël tegen. 'Saul zal me vermoorden als hij het hoort.' De HEER antwoordde: 'Neem een jonge koe mee en zeg dat je bent gekomen om de HEER een offer te brengen.
Gerelateerd aan Genesis 34:30
Romeinen 4:18
Hoewel het eigenlijk niet kon, bleef Abraham hopen en geloven dat hij de vader van vele volken zou worden, zoals hem was beloofd: 'Zo talrijk zullen je nakomelingen zijn.'
Gerelateerd aan Genesis 34:30
1 Samuel 27:1
Vandaag of morgen val ik natuurlijk toch in handen van Saul, dacht David bij zichzelf. Ik kan me dus maar beter in veiligheid brengen in het land van de Filistijnen. Dan zal Saul het opgeven om mij door heel Israël te achtervolgen en kan ik aan hem ontkomen.
Gerelateerd aan Genesis 34:30
Spreuken 11:29
Wie have en goed verwaarloost, krijgt er wind voor terug, zo'n dwaas wordt de slaaf van een wijze.
Gerelateerd aan Genesis 34:30
Genesis 46:27
Jozef had in Egypte twee zonen gekregen. Het aantal personen van Jakobs familie dat naar Egypte kwam bedroeg dus in totaal zeventig.
Gerelateerd aan Genesis 34:30
1 Kronieken 2:7
Zoon van Karmi: Achar, die Israël in het ongeluk stortte doordat hij zich vergreep aan goederen die onvoorwaardelijk aan de HEER waren gewijd.
Gerelateerd aan Genesis 34:30
Spreuken 15:27
Wie woekerwinst najaagt, richt zijn huis te gronde, wie steekpenningen haat, zal leven.
Gerelateerd aan Genesis 34:30
Deuteronomium 4:17
of van een dier dat op het land leeft of van de vogels in de lucht,
1
2