Gerelateerd aan Genesis 33:9

Gerelateerd aan Genesis 33:9

Genesis 27:39

Zijn vader Isaak antwoordde hierop: ‘Ver van de vette grond zul je wonen, ver van de hemelse dauw.
Gerelateerd aan Genesis 33:9

Handelingen 21:20

Toen ze dat hoorden, prezen en eerden ze God en zeiden: ‘Je hebt kunnen zien, broeder, dat ook vele duizenden Joden het geloof hebben aanvaard, en allen leven vol overtuiging volgens de wet.
Gerelateerd aan Genesis 33:9

Spreuken 16:7

Als de weg die iemand gaat de HEER behaagt, doet hij zelfs zijn vijand vrede met hem sluiten.
Gerelateerd aan Genesis 33:9

Genesis 27:41

Van toen af haatte Esau zijn broer omdat zijn vader hem had gezegend, en hij zei bij zichzelf: Het duurt niet lang meer of de dagen van rouw om mijn vader breken aan, dan vermoord ik Jakob.
Gerelateerd aan Genesis 33:9

Handelingen 9:17

Ananias vertrok en ging naar het huis, waar hij Saulus de handen oplegde, terwijl hij zei: ‘Saul, broeder, ik ben gezonden door de Heer, door Jezus, die aan u verschenen is op de weg hierheen, om ervoor te zorgen dat u weer kunt zien en vervuld wordt van de heilige Geest.’
Gerelateerd aan Genesis 33:9

Prediker 4:8

Iemand is helemaal alleen. Hij heeft zelfs geen zoon of broer, maar toch zwoegt hij almaar door en wordt zijn dorst naar rijkdom nooit gelest. Voor wie beult hij zich zo af en ontzegt hij zich de genoegens van het leven? Ook dat is enkel leegte en een trieste zaak.
Gerelateerd aan Genesis 33:9

Filemon 1:7

Uw liefde heeft mij veel vreugde en troost gegeven, broeder, want u hebt de heiligen gesterkt.
Gerelateerd aan Genesis 33:9

Filemon 1:16

niet meer als een slaaf, maar als veel meer dan dat, als een geliefde broeder. Voor mij is hij dat al, hoeveel te meer moet hij het dus voor u zijn, zowel in het dagelijks leven als in het geloof in de Heer.
Gerelateerd aan Genesis 33:9

Richteren 20:23

Ze waren na afloop van de slag naar Betel gegaan en hadden daar tot de avond viel ten overstaan van de HEER hun leed geklaagd. Ten slotte hadden ze de HEER geraadpleegd en gevraagd of ze hun broeders, de Benjaminieten, opnieuw moesten aanvallen. 'Ja, 'had de HEER geantwoord, 'val hen aan.'
Gerelateerd aan Genesis 33:9

Genesis 4:9

Toen vroeg de HEER: ‘Waar is Abel, je broer?’ ‘Dat weet ik niet, ‘antwoordde Kaïn. ‘Moet ik soms waken over mijn broer?’
Gerelateerd aan Genesis 33:9

Spreuken 30:15

Er zijn twee soorten bloedzuigers: de eerste zegt 'Geef!', de andere 'Geef!' Drie dingen worden nooit verzadigd, vier dingen zeggen nooit 'Het is genoeg':