Gerelateerd aan Genesis 32:3
Gerelateerd aan Genesis 32:3
Jozua 24:4
en Isaak gaf ik Jakob en Esau. Esau kreeg van mij het Seïrgebergte in bezit, maar Jakob en zijn zonen trokken naar Egypte.
Gerelateerd aan Genesis 32:3
Genesis 25:30
‘Gauw, geef me wat van dat rode dat je daar kookt, ik ben doodmoe, ‘zei Esau tegen Jakob. (Daarom wordt hij ook wel Edom genoemd.)
Gerelateerd aan Genesis 32:3
Deuteronomium 2:5
en hen niet uitdagen. Ik geef jullie nog niet het kleinste stukje van hun land; het Seïrgebergte heb ik immers aan Esau in eigendom gegeven.
Gerelateerd aan Genesis 32:3
Genesis 33:14
Laat mijn heer toch voor zijn dienaar uit trekken, dan zal ik hem op mijn gemak naar Seïr volgen en mij aanpassen aan het tempo van het vee dat ik bij me heb en aan dat van de kinderen.’
Gerelateerd aan Genesis 32:3
Genesis 14:6
en de Chorieten in het bergland waar zij woonden, het Seïrgebergte; ze rukten op tot aan El-Paran, aan de rand van de woestijn.
Gerelateerd aan Genesis 32:3
Genesis 27:41
Van toen af haatte Esau zijn broer omdat zijn vader hem had gezegend, en hij zei bij zichzelf: Het duurt niet lang meer of de dagen van rouw om mijn vader breken aan, dan vermoord ik Jakob.
Gerelateerd aan Genesis 32:3
Deuteronomium 2:22
Hetzelfde heeft hij gedaan voor de afstammelingen van Esau in de Seïr. Ter wille van hen heeft hij de Chorieten uitgeroeid, waarna zij zich meester maakten van hun land en zich daar in hun plaats vestigden; zij wonen er tot op de dag van vandaag.
Gerelateerd aan Genesis 32:3
Lukas 14:31
En welke koning die erop uittrekt om met een andere koning oorlog te voeren, zal niet eerst bij zichzelf te rade gaan of hij wel met tienduizend man kan optrekken tegen iemand die met twintigduizend man tegen hem oprukt?
Gerelateerd aan Genesis 32:3
Lukas 9:52
Hij stuurde boden voor zich uit. In een Samaritaans dorp, waar ze kwamen om zijn komst voor te bereiden,
Gerelateerd aan Genesis 32:3
Genesis 36:6
Met zijn vrouwen, zijn zonen en dochters en al zijn slaven en slavinnen, met zijn hele veestapel en alle bezittingen die hij in Kanaän verworven had, trok Esau naar een ander land, weg van zijn broer Jakob.
Gerelateerd aan Genesis 32:3
Maleachi 3:1
Let op, ik zal mijn bode zenden; hij zal de weg voor mij effenen. Opeens zal hij naar zijn tempel komen, de Heer naar wie jullie uitzien, de engel van het verbond naar wie jullie verlangen. Komen zal hij-zegt de HEER van de hemelse machten.
Gerelateerd aan Genesis 32:3
Genesis 33:16
Diezelfde dag nog keerde Esau terug naar Seïr.