Gerelateerd aan Genesis 32:29
Gerelateerd aan Genesis 32:29
Richteren 13:16
Maar de engel van de HEER antwoordde: 'Ik wil nog wel even blijven, maar ik zal niet eten van wat u mij aanbiedt. Als u echter een brandoffer aan de HEER wilt opdragen, mag u dat doen.' Manoach wist nog altijd niet dat hij met een engel van de HEER te maken had.
Gerelateerd aan Genesis 32:29
Jesaja 9:6
(9:5) Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders. Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst.
Gerelateerd aan Genesis 32:29
Genesis 32:26
(32:27) Toen zei de ander: ‘Laat mij gaan, het wordt al dag.’ Maar Jakob zei: ‘Ik laat u niet gaan tenzij u mij zegent.’
Gerelateerd aan Genesis 32:29
Genesis 28:3
God, de Ontzagwekkende, moge je zegenen, je vruchtbaar maken en je veel nakomelingen geven, zodat er een groot aantal volken uit je voortkomt.
Gerelateerd aan Genesis 32:29
Deuteronomium 29:29
(29:28) Wat verborgen is, behoort de HEER, onze God, toe; wat openbaar is, komt ons toe. Wij en onze kinderen dienen ons altijd te richten naar alle bepalingen van deze wet.
Gerelateerd aan Genesis 32:29
Job 11:7
Kun jij Gods wijsheid ten diepste doorvorsen, het wezen van de Ontzagwekkende geheel omvatten?
Gerelateerd aan Genesis 32:29
Lukas 1:19
De engel antwoordde: ‘Ik ben Gabriël, die altijd in Gods nabijheid is, en ik ben uitgezonden om je dit goede nieuws te brengen.
Gerelateerd aan Genesis 32:29
Hosea 6:1
'Kom, laten wij teruggaan naar de HEER ! Hij heeft ons verscheurd, hij zal ons genezen; de hand die sloeg, zal ons verbinden.
Gerelateerd aan Genesis 32:29
Spreuken 30:4
Wie is naar de hemel geklommen en weer afgedaald? Wie heeft de wind met zijn handen gevangen? Wie heeft het water in zijn mantel gebonden? Wie heeft de grenzen van de aarde bepaald? Noem mij zijn naam, en de naam van zijn zoon, als je die kent.
Gerelateerd aan Genesis 32:29
Genesis 28:13
Ook zag hij de HEER bij zich staan, die zei: ‘Ik ben de HEER, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak. Het land waarop je nu ligt te slapen zal ik aan jou en je nakomelingen geven.
Gerelateerd aan Genesis 32:29
Genesis 27:28
God geve je dauw uit de hemel en vette, vruchtbare aarde, een overvloed van koren en wijn.