Gerelateerd aan Genesis 31:36
Gerelateerd aan Genesis 31:36
Efeze 4:26
Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid,
Gerelateerd aan Genesis 31:36
Markus 3:5
Hij keek hen boos aan, maar ook diepbedroefd vanwege hun hardleersheid, en toen zei hij tegen de man die in het midden stond: ‘Steek uw hand uit.’ Hij stak zijn hand uit en er kwam weer leven in.
Gerelateerd aan Genesis 31:36
Numeri 16:15
Toen werd Mozes woedend. 'Schenk geen aandacht aan hun offer, 'zei hij tegen de HEER. 'Niemand van hen heb ik ook maar een ezel afgenomen, niemand van hen heb ik kwaad gedaan.'
Gerelateerd aan Genesis 31:36
Genesis 34:7
Zodra Jakobs zonen van het gebeurde hadden gehoord, waren zij naar huis gekomen. Ze voelden zich diep gekrenkt en waren woedend omdat Sichem gemeenschap had gehad met hun zuster en zich schuldig had gemaakt aan iets dat voor de Israëlieten een schandelijk en ontoelaatbaar vergrijp is.
Gerelateerd aan Genesis 31:36
Genesis 30:2
Jakob werd kwaad en antwoordde: ‘Ik ben toch zeker God niet? Híj onthoudt jou het moederschap!’
Gerelateerd aan Genesis 31:36
Spreuken 28:1
Een goddeloze vlucht, ook al is er niemand die hem achtervolgt, een rechtvaardige voelt zich zo veilig als een leeuw.
Gerelateerd aan Genesis 31:36
2 Koningen 13:19
Toen riep de godsman woedend uit: 'Had maar vijf of zes keer geslagen! Dan zou u Aram vernietigend verslagen hebben. Nu zult u Aram maar drie keer een nederlaag toebrengen.'
Gerelateerd aan Genesis 31:36
2 Koningen 5:11
Kwaad ging Naäman weg. 'Ik had gedacht dat hij zelf naar buiten zou komen, 'zei hij. 'En dat hij de naam van de HEER, zijn God, zou aanroepen en met zijn hand over de aangetaste plek zou strijken, en zo de huidvraat zou wegnemen.
Gerelateerd aan Genesis 31:36
Genesis 49:7
Vervloekt zij hun grimmige woede, vervloekt hun ontembare razernij. Ik zal hen verstrooien over Jakobs volk, hen over Israël verspreiden.
Gerelateerd aan Genesis 31:36
Jakobus 1:19
Geliefde broeders en zusters, onthoud dit goed: ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden.