Gerelateerd aan Genesis 31:29
Gerelateerd aan Genesis 31:29
Genesis 31:53
De God van Abraham en de God van Nachor, die ook de God van hun vader was, zal beoordelen wie van ons beiden in zijn recht staat.’ Jakob zwoer een eed bij de God voor wie zijn vader Isaak diep ontzag had.
Gerelateerd aan Genesis 31:29
Genesis 31:42
Als de God van mijn vader, de God van Abraham, de God voor wie Isaak diep ontzag heeft-als die God mij niet geholpen had, dan had u mij nu met lege handen weggestuurd. Maar hij heeft gezien wat ik te verduren had en hoe hard ik heb gewerkt, en daarom heeft hij gisternacht rechtgesproken.’
Gerelateerd aan Genesis 31:29
Genesis 28:13
Ook zag hij de HEER bij zich staan, die zei: ‘Ik ben de HEER, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak. Het land waarop je nu ligt te slapen zal ik aan jou en je nakomelingen geven.
Gerelateerd aan Genesis 31:29
Genesis 31:24
toen God ‘s nachts in een droom aan hem verscheen. Hij waarschuwde de Arameeër Laban: ‘Denk erom dat je Jakob geen strobreed in de weg legt.’
Gerelateerd aan Genesis 31:29
Daniel 6:26
(6:27) Hierbij beveel ik dat iedereen in het machtsgebied van mijn koninkrijk eerbiedig ontzag moet tonen voor de God van Daniël. Want hij is de levende God die bestaat in eeuwigheid. Zijn koningschap gaat nooit te gronde en zijn heerschappij is zonder einde.
Gerelateerd aan Genesis 31:29
Handelingen 5:38
Daarom zeg ik u: houd u afzijdig van deze mensen en laat hen begaan, want als het mensenwerk is wat ze nastreven, zal het op niets uitlopen,
Gerelateerd aan Genesis 31:29
Handelingen 9:5
Hij vroeg: ‘Wie bent u, Heer?’ Het antwoord was: ‘Ik ben Jezus, die jij vervolgt.
Gerelateerd aan Genesis 31:29
2 Koningen 19:10
'Zeg tegen koning Hizkia van Juda: "Laat u niet misleiden door de HEER, uw God, in wie u uw vertrouwen hebt gesteld omdat hij u heeft toegezegd dat Jeruzalem niet in handen zal vallen van de koning van Assyrië.
Gerelateerd aan Genesis 31:29
Daniel 6:20
(6:21) Zodra hij in de buurt van de kuil kwam, riep hij Daniël met bedroefde stem toe: 'Daniël, dienaar van de levende God, heeft uw God, die u zo vasthoudend dient, u van de leeuwen kunnen redden?'
Gerelateerd aan Genesis 31:29
Psalmen 52:1
Voor de koorleider. Een kunstig lied van David, (52:2) toen de Edomiet Doëg naar Saul was gegaan en hem had meegedeeld: 'David bevindt zich in het huis van Achimelech.' (52:3) Wat prijs je het kwade aan, jij held, en smaal je voortdurend op God!
Gerelateerd aan Genesis 31:29
Johannes 19:10
‘Waarom zegt u niets tegen mij?’ vroeg Pilatus. ‘Weet u dan niet dat ik de macht heb om u vrij te laten of u te kruisigen?’
Gerelateerd aan Genesis 31:29
Daniel 2:47
De koning zei tegen Daniël: 'Het is waar, uw God is de God der goden en de heer der koningen. Hij onthult mysteries en daardoor hebt u dit mysterie kunnen onthullen.'
Gerelateerd aan Genesis 31:29
Daniel 3:28
Nebukadnessar nam het woord. Hij zei: 'Geprezen zij de God van Sadrach, Mesach en Abednego, die zijn engel heeft gezonden en zijn dienaren gered. Zij hebben zich op hem verlaten, zij hebben het bevel van de koning genegeerd en hun lichaam prijsgegeven, omdat zij voor geen andere dan hun eigen God willen neerknielen of buigen.
Gerelateerd aan Genesis 31:29
Jozua 24:2
sprak hij tot het volk: 'Dit zegt de HEER, de God van Israël: Jullie voorouders woonden lang geleden ten oosten van de Eufraat. Het waren Terach en zijn zonen Abraham en Nachor. Ze dienden andere goden.