Gerelateerd aan Genesis 30:25

Gerelateerd aan Genesis 30:25

Genesis 24:54

En nadat hij en zijn metgezellen gegeten en gedronken hadden overnachtten ze daar.Zodra ze de volgende morgen waren opgestaan, zei hij dat hij nu graag terug wilde gaan naar zijn meester.
Gerelateerd aan Genesis 30:25

Genesis 24:56

Hij antwoordde echter: ‘Houd mij niet op nu de HEER mij heeft laten slagen. Sta me toe te vertrekken en terug te gaan naar mijn meester.’
Gerelateerd aan Genesis 30:25

Hebreeën 11:9

Door zijn geloof trok hij naar het land dat hem beloofd was maar hem nog niet toebehoorde. Samen met Isaak en Jakob, mede-erfgenamen van de belofte, woonde hij daar in tenten
Gerelateerd aan Genesis 30:25

Hebreeën 11:15

En daarmee bedoelden ze niet het vaderland waaruit ze weggetrokken waren, anders waren ze daarheen wel teruggekeerd.
Gerelateerd aan Genesis 30:25

Handelingen 7:4

Toen trok Abraham weg uit het land van de Chaldeeën en vestigde zich in Charan. Na de dood van zijn vader bracht God hem naar dit land, waar u nu woont.
Gerelateerd aan Genesis 30:25

Genesis 31:55

(32:1) De volgende morgen vroeg kuste Laban zijn kleinkinderen en zijn dochters, en zegende hen. Daarna ging hij terug naar huis.
Gerelateerd aan Genesis 30:25

Genesis 31:13

Ik ben de God van Betel, waar je een steen met olie hebt gewijd en waar je een gelofte hebt afgelegd. Kom, ga weg uit dit land en keer terug naar je geboorteland.”’
Gerelateerd aan Genesis 30:25

Genesis 26:3

Blijf voorlopig in dit land, ik zal je ter zijde staan en je zegenen: ik zal dit hele gebied aan jou en je nakomelingen geven en zo de eed gestand doen die ik je vader Abraham heb gezworen.
Gerelateerd aan Genesis 30:25

Genesis 28:15

Ikzelf sta je ter zijde, ik zal je overal beschermen, waar je ook heen gaat, en ik zal je naar dit land terugbrengen; ik zal je niet alleen laten tot ik gedaan heb wat ik je heb beloofd.’
Gerelateerd aan Genesis 30:25

Genesis 18:33

Zodra de HEER zijn gesprek met Abraham had beëindigd, ging hij weg. En Abraham keerde terug naar de plaats waar hij woonde.
Gerelateerd aan Genesis 30:25

Genesis 28:13

Ook zag hij de HEER bij zich staan, die zei: ‘Ik ben de HEER, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak. Het land waarop je nu ligt te slapen zal ik aan jou en je nakomelingen geven.
Gerelateerd aan Genesis 30:25

Genesis 24:6

‘Nee, ‘zei Abraham, ‘je mag mijn zoon onder geen beding daarheen terugbrengen.
Gerelateerd aan Genesis 30:25

Genesis 27:44

Blijf voorlopig bij hem, totdat de woede van je broer bedaard is.