Gerelateerd aan Genesis 30:24

Gerelateerd aan Genesis 30:24

Genesis 37:2

Dit is de geschiedenis van Jakob en zijn nakomelingen. Jozef, die inmiddels zeventien jaar was, weidde gewoonlijk samen met zijn broers de schapen en geiten; hij hielp de zonen van zijn vaders vrouwen Bilha en Zilpa, en alle praatjes die over zijn broers de ronde deden vertelde hij aan hun vader door.
Gerelateerd aan Genesis 30:24

Genesis 49:22

Een vruchtbare wijnstok is Jozef, een vruchtbare plant bij een bron, met ranken die reiken tot over de muur.
Gerelateerd aan Genesis 30:24

Genesis 35:24

Zonen van Rachel: Jozef en Benjamin.
Gerelateerd aan Genesis 30:24

Openbaring 7:8

twaalfduizend uit de stam Zebulon, twaalfduizend uit de stam Jozef en ten slotte twaalfduizend uit de stam Benjamin die het zegel droegen.
Gerelateerd aan Genesis 30:24

Genesis 48:1

Niet lang daarna ontving Jozef het bericht dat zijn vader ziek was. Samen met zijn twee zonen, Manasse en Efraïm, ging hij naar hem toe.
Gerelateerd aan Genesis 30:24

Deuteronomium 33:13

Over Jozef zei hij: ‘Moge de HEER zijn land rijk zegenen met de gaven van hemelwater, met dauw, en met de oervloed die onderaards woont;
Gerelateerd aan Genesis 30:24

Handelingen 7:9

Omdat de stamvaders jaloers waren op Jozef, verkochten ze hem als slaaf aan de Egyptenaren. Maar God beschermde hem
Gerelateerd aan Genesis 30:24

Genesis 42:6

Jozef was de hoogste machthebber in het land en iedereen moest bij hem graan kopen. Toen zijn broers voor hem verschenen, bogen ze zich diep voor hem neer.
Gerelateerd aan Genesis 30:24

Hebreeën 11:21

Door zijn geloof kon Jakob op zijn sterfbed de beide zonen van Jozef zegenen; daarna knielde hij neer, steunend op de greep van zijn stok.
Gerelateerd aan Genesis 30:24

Genesis 37:4

De broers zagen wel dat hun vader het meest van Jozef hield. Daarom konden ze Jozef niet uitstaan en kon er geen vriendelijk woord voor hem af.
Gerelateerd aan Genesis 30:24

Genesis 39:1

Jozef was dus door de Ismaëlieten meegenomen naar Egypte, en daar was hij gekocht door Potifar, een vooraanstaand man die tot de hovelingen van de farao behoorde en het bevel voerde over zijn lijfwacht.
Gerelateerd aan Genesis 30:24

Ezechiel 37:16

'Mensenkind, neem een stuk hout en schrijf daarop: "Juda, en de Israëlieten die bij hem horen." Neem dan nog een stuk hout en schrijf daarop: "Jozef" -dat is het stuk hout van Efraïm-"en heel het volk van Israël dat met hem verbonden is."