Gerelateerd aan Genesis 29:33
Gerelateerd aan Genesis 29:33
Genesis 34:25
Drie dagen later, toen de mannen van Sichem koortsig waren, pakten twee van Jakobs zonen, Simeon en Levi, die volle broers van Dina waren, hun zwaard en overvielen de stad, waar niemand op onraad bedacht was. Ze doodden alle mannen.
Gerelateerd aan Genesis 29:33
Genesis 30:18
‘God heeft mij beloond omdat ik mijn slavin aan mijn man heb gegeven, ‘zei ze, en ze noemde het kind Issachar.
Gerelateerd aan Genesis 29:33
Genesis 30:8
‘Ik heb een zware strijd met mijn zuster gevoerd, ‘zei Rachel, ‘maar ik heb gewonnen.’ Ze noemde het kind Naftali.
Gerelateerd aan Genesis 29:33
Genesis 34:30
Jakob maakte Simeon en Levi verwijten. ‘Jullie hebben mij in het ongeluk gestort, ‘zei hij, ‘want jullie hebben mij een slechte naam bezorgd bij de inwoners van dit land: de Kanaänieten en de Perizzieten. Ik heb maar een handjevol mannen, dus als ze met zijn allen tegen mij optrekken, zullen ze me verslaan en word ik met mijn hele familie vermoord.’
Gerelateerd aan Genesis 29:33
Genesis 49:5
Simeon en Levi zijn altijd samen, zij beramen niets dan geweld.
Gerelateerd aan Genesis 29:33
Genesis 42:24
Jozef liep bij hen vandaan, omdat hij zijn tranen niet kon bedwingen. Toen hij terugkwam sprak hij nog kort met hen; toen koos hij Simeon uit en liet die voor hun ogen in de boeien slaan.
Gerelateerd aan Genesis 29:33
Genesis 35:23
Zonen van Lea: Jakobs oudste zoon Ruben, en verder Simeon, Levi, Juda, Issachar en Zebulon.
Gerelateerd aan Genesis 29:33
Genesis 30:20
‘God heeft mij een mooi geschenk gegeven, ‘zei ze, ‘mijn man zal mij op handen dragen nu ik hem zes zonen heb gebaard.’ Ze noemde het kind Zebulon.
Gerelateerd aan Genesis 29:33
Genesis 30:6
Toen zei Rachel: ‘God heeft mij recht gedaan: hij heeft mij verhoord en mij een zoon gegeven.’ Daarom noemde ze hem Dan.